reageer »
De fusiegesprekken met BGB zijn heel positief verlopen maar toch heeft het veel van mijn energie gevreten. Het is goed dat onze leden zich vanavond gaan uitspreken over de fusie. Kunnen we verder als vereniging.
Ik merk bij mijzelf maar ook bij onze medewerkers dat de spanning gaat toenemen. Wat gaat er veranderen, wat betekent dit voor onze vereniging en voor mijzelf? Maar vooral van: “Laten we maar beginnen, de handen uit de mouwen.” Gewoon doen wat we altijd doen bij nieuwe uitdagingen. “Niet lullen maar poetsen”.
Op de zaak aangekomen is iedereen bezig met zijn of haar werk. De laatste hand wordt gelegd aan de presentatie en we nemen deze samen met collega Hans nog een keer door. Het is ontzettend veel informatie maar we willen onze telers zo goed mogelijk informeren. Altijd een moeilijke afweging. Tussen alles vertellen en wil iedereen dit allemaal wel horen. Het blijft uiteindelijk altijd een kwestie van vertrouwen. Tot nu toe hebben onze leden veel vertrouwen getoond in het bestuur en directie en dat willen we wel zo houden.
We gaan ook afscheid nemen van enkele mensen waaronder de voorzitter dus er worden bloemen binnen gebracht. Prachtige boeketten, maar dat hebben ze wel verdiend. Wat zal ik de zaal vertellen om deze mensen te bedanken voor wat ze allemaal voor Versdirect gedaan hebben? Ik improviseer gewoon wat. Het moet uit je hart komen denk ik.
Ik zit vandaag met diverse medewerkers om de tafel over wat er moet gebeuren na vanavond. We gaan als Versdirect.nl van het positieve uit en we hebben daarom al veel voorbereid. Iedereen is gelukkig positief over de fusie en er worden niet zo zeer problemen opgesomd maar juist mogelijke oplossingen. “Kijk, dat zie ik graag”.
Ik bel met onze scheidend voorzitter, we nemen de vergadering nog even door en mijmeren wat na over wat er al die jaren bij Versdirect.nl gebeurd is. Mooie, maar soms ook spannende jaren. Het is goed dat wij deze fusie ingaan. Het is belangrijk voor onze leden en goed voor onze sector. De nieuwe vereniging blijft een speler voor de toekomst en wellicht hebben we het model gevonden voor een verdere samenwerking met andere gelijkdenkende partijen. Maar eerst dit goed op de rails zetten.
Het is bijna vijf uur, snel naar huis om wat te eten en om te kleden. Ik verlaat het Versdirect-kantoor en kijk naar de Versdirect-vlag. Als het goed is kom ik morgen terug in het van Nature kantoor.
Vrijdagmorgen vroeg. Wederom een korte nacht maar nu omdat we er laat ingegaan zijn.
Wat een fantastisch resultaat! Onderweg naar de zaak al veel collega’s uit de sector aan de lijn. Goed nieuws reist blijkbaar snel. Vooral het grote aantal 'vóórstemmers' is een enorme opsteker. Van beide verenigingen is bijna 100% akkoord gegaan met het bestuursvoorstel tot de fusie.
Op de zaak is iedereen vrolijk en in de ban van het behaalde resultaat. Ik laat dat ook maar even zo. Er staan ons nog veel werk en uitdagingen te wachten. Maar dat komt maandag wel. Eerst nog maar even genieten van het resultaat. In een sector waar samenwerkingsgesprekken per definitie op een teleurstelling uitlopen is het een prestatie van de bovenste plank.
“Waarom lukt het nu wel daar waar wij in andere gesprekken nooit tot een resultaat konden komen?” vraag ik me af. Naar mijn mening is hier een aantal factoren van belang geweest: Zo was de druk vanuit de leden erg groot en het bestuur heeft deze boodschap goed begrepen. Er is gekozen voor een pragmatische aanpak waarbij er niet teveel “deskundige” hulp van buitenaf is ingeroepen. Het onderlinge vertrouwen was vanaf het begin groot en bovenal hebben we gewoon een ijzersterk verhaal waar geen speld tussen te krijgen is.
Als Van Nature zijn we straks een sterke club, met voldoende omvang, een al jarenlang bewezen formule, een samenwerking met vier sterke handelsbedrijven en gemotiveerde leden. Een solide basis voor een verdere uitbouw in de toekomst. Want voor een verdere herstructurering van de afzet in de sector zijn nog wel meer stappen noodzakelijk.
Ik ga zo naar huis. Lekker met mijn vrouw en kinderen wat eten. Dat hebben ze wel verdiend. Zij hebben mij toch wel een beetje gemist de laatste weken. Vaak was ik er niet en als ik er wel was dan toch weer niet echt. Maar het resultaat mag er zijn.
reageer »
Wij wensen alle mensen die wij zakelijk of privé kennen een heel mooi Nieuwjaar toe. Ik vind het een heel mooie, maar soms ook wat lege traditie.
We wensen het vaak terloops toe, als openingszin, als we elkaar voor het eerst spreken in het nieuwe jaar. Maar is het nu wel echt zo gemeend, zeggen we het niet teveel zonder erbij na te denken? Weten we eigenlijk wel wat van de situatie waarin degene die we het beste toewensen, zich bevindt? Heeft hij of zij al veel geluk en voorspoed of is juist een welgemeend hart onder de riem en een flinke dosis voorspoed extra op zijn plaats? Vaak weten we het niet en door alle drukte van iedere dag verdiepen we ons er ook niet in.
Als er één groep mensen is die wel een forse dosis voorspoed kan gebruiken dan zijn het wel de ondernemers in de Nederlandse tuinbouw, en hun families. Het afgelopen seizoen is (wederom) teleurstellend verlopen en veel bedrijven zijn daardoor in de gevarenzone gekomen. Daarom is een zeer goed seizoen met hoge opbrengstprijzen meer dan welkom!
Ook wij willen daar ons steentje aan bijdragen. We hebben veel positieve reacties gekregen op de voorgenomen fusie met BGB. De fusie wordt door onszelf én door de sector gezien als een eerste stap naar een verbetering van de afzetstructuur. 2012 wordt voor ons daarom het jaar waarin we kunnen laten zien dat deze bundeling werkt.
Met die verwachting wil ik alle telers in Nederland, glas- of vollegrondsteelt, groenten of bloemen een zeer welgemeend fantastisch 2012 toewensen in goede gezondheid en met geluk. Maar bovenal wens ik alle telers een jaar met hele hoge opbrengstprijzen en een betere afzet van hun producten. Wij als Versdirect en straks als Van Nature zullen daar in 2012 in ieder geval keihard aan werken.
reageer »
Het zijn de Pinksterdagen en ik zit in de tuin. Even uitpuffen van de laatste dagen. Ik laat alles nog eens in mijn hoofd passeren. Zelden zo'n rollercoaster aan ontwikkelingen in zo een korte periode meegemaakt.
Dit was een echte crisis, eentje die de tuinbouw (en we zijn toch wel wat gewend) op zijn grondvesten deed schudden.
Het was opvallend hoe snel de dragende organisaties in onze sector dit begrepen hadden en de handen in elkaar sloegen. Niets dan hulde. Vooral alle mensen die zitting hadden in het crisisteam hebben keihard gewerkt en de zaken goed aangepakt. Ondanks alles waren we afhankelijk van hoe de Duitsers de crisis in eigen land aanpakten en met het voor ons verlossende woord kwamen. Maar er is gedaan wat gedaan kon worden. Het crisisbeheer heeft goed gewerkt.
Toch blijft er een onbevredigend gevoel achter. Machteloos bijna. Je wist nagenoeg zeker dat de EHEC-bacterie niet op de Nederlandse kasgroenten kon zitten. Maar toch bleven de Duitse autoriteiten saladegroenten ontraden aan de Duitse consument. Vooral het niet willen toegeven aan het Duitse publiek dat ze geen flauw idee hadden waar de oorzaak lag was blijkbaar niet te verteren voor de autoriteiten. Er moest ten allen tijde een zondebok zijn. Het risico van een algemene (voedsel)hysterie was te groot. Daar waren wij dus mooi klaar mee.
Deze crisis lijkt nu voorbij maar dat is hij nog lang niet. We gaan nog een lange tijd wantrouwen tegenover komkommers, sla en tomaten meemaken bij de Duitse consumenten. En omdat zij veruit onze grootste klant zijn kan een structurele vraaguitval van 5-10% al desastreus zijn voor de prijsvorming. Het blijft dus alle hens aan dek en extra inspanningen in promotie en communicatie zijn voor een langere tijd noodzakelijk.
Het is nog te vroeg voor een algehele evaluatie maar enkele van mijn conclusies wil ik u toch niet onthouden. Er kunnen tenslotte lessen getrokken worden uit deze crisis.
Al de investeringen en inspanningen die wij als sector gedaan hebben in glanzende certificaten zoals QS, Global-Gap en IFS zijn in deze crisis van weinig waarde gebleken. Wij als teelt en handel zijn vanuit Europa wettelijk verplicht om binnen vier uur te achterhalen van welke producent een bepaalde partij afkomstig is en om alle relevante informatie van deze producent aan te leveren. De Duitse Voedsel- en Warenautoriteiten daarentegen zijn drie weken bezig geweest om de "bron" te achterhalen. Ondanks dat al die certificaten ons, en ook de consument, niet geholpen hebben durf ik u te voorspellen dat er meer en strengere eisen en regels gaan komen.
Een andere conclusie is dat er weinig gebleken is van een bepaalde loyaliteit van klanten aan ons als leveranciers. Wellicht kan dit in zo'n situatie ook niet. Ook retailers leven bij de gratie van het vertrouwen van consumenten in hun formule en de producten die zij verkopen. Dit bewijst des te meer dat wij als producenten rechtstreeks het contact met de consument moeten gaan zoeken. De retail kan ons daarbij niet helpen. En met al die nieuwe communicatieplatforms via het internet zijn er gelukkig ook veel meer mogelijkheden.
Wat überhaupt opvalt is de belangrijke rol die internet heeft in deze crisis. We werden werkelijk gebombardeerd, via digitale krantensites en diensten zoals Twitter, met nieuwsflitsen en de meningen van journalisten en mensen zoals u en ik. Iedereen wilde er iets over zeggen. Het ging met een gejaagdheid die we nog niet eerder zijn tegengekomen. Tijd om de zin en onzin van elkaar te scheiden was er niet. Van alles ging er rond over het wereldwijde net. Hierdoor werd er een gigantische hype gecreëerd en de consument: die werd alleen maar voorzichtiger. Ook ik heb hier aan mee gedaan. Door te Twitteren en door alles te volgen via mijn Blackberry.
Er is al een "Slow Food" beweging, wellicht wordt het tijd voor een "Slow Communication" beweging.
Wat mij als laatste van het hart moet betreft de biologische kwekerij waar de EHEC-epidemie is uitgebroken. De indruk die ik ervan kreeg via de televisiebeelden waren dramatisch. Wat een kneuterige, onprofessionele en verwaarloosde bende. Dat daar zulke "gevoelige" kiemgroenten als taugé gekweekt mochten worden. Ik denk dat de Duitse controle-instanties ook hier wat boter op het hoofd hebben.
"Natuurlijk" is niet altijd beter, integendeel, de natuur zit juist vol met gevaren voor de mens.
De moderne teelt anno 2011 in kassen, zonder de risico's van natuurlijke mest, en mét maximaal biologische gewasbescherming, waarvan de producten verwerkt worden in hygiënische sorteer- en verpakruimtes, bieden de meeste zekerheid voor een schoon en gezond product. Daar liggen onze kansen na deze crisis!
reageer »
De huidige positie van de teler in de afzetketen is een weinig benijdenswaardige. De teler zit klem tussen steeds strengere overheidsregels, oligopolistische vermeerderingsbedrijven en een zeer beperkt aantal grote klanten. In dit steeds beperktere speelveld proberen telers, telersverenigingen en handelsbedrijven hun weg te zoeken.
Dat de teler een weinig benijdenswaardige positie heeft is dagelijks goed te merken. De opbrengstprijzen zijn vaak (te) laag, de inwisselbaarheid met andere leveranciers is groot en de eisen van de grote klanten worden met de dag zwaarder. Vaak ontlaadt dit zich in het uiten van allerlei frustraties. Ongezouten wordt via internetfora en in excursiegroepen collega's en andere afzetorganisaties de maat genomen. Soms goed onderbouwd maar vaak op de man spelend en onder de gordel. Je bereikt er natuurlijk niets mee maar het lucht wel lekker op!
Wat zouden we moeten doen om deze neerwaartse spiraal te doorbreken? Zonder nu de wijsheid in pacht te hebben kan ik er wel een paar noemen.
Als eerste moeten we de huidige situatie accepteren zoals hij is. We kunnen er gefrustreerd van raken maar dat helpt niets. De macht ligt op dit moment bij de kopende partij, bij de retailer. Zij hebben het contact met de consument en ze hebben de leveranciers voor het uitzoeken. We moeten daarom zelf in beweging komen om voldoende tegenkracht te kunnen ontwikkelen.
Ook het aantal handelspartijen is te groot. Het is niet logisch dat, wanneer het aantal retailers in Europa blijft dalen en ook het aantal groententelers in Nederland al bijna gehalveerd is, het aantal handelsbedrijven gelijk blijft of zelfs iets groeit. Naar mijn verwachting zal ook hier een bepaalde consolidatie gaan plaatsvinden.
Wat ook niet helpt is het, zonder enige vorm van marktverkenning of marketingstrategie, klakkeloos uitbreiden van de teeltoppervlakten van onze producten. Als ik de geluiden moet geloven gaat bijvoorbeeld het areaal tomaten weer met 5 tot 10% groeien. Wie moeten die tomaten gaan opeten?
Omdat we continu in een situatie van overproductie verkeren hebben we de laatste decennia onze marktpositie danig verzwakt (tenzij we natuurlijk een verdrijvingsstrategie hanteren, dan zal de sterkste overleven maar dan moeten we ook niet klagen over onze marktpositie).
Wat wel helpt is het stoppen met klagen en als teler of telersgroep aan de slag gaan met de markt. Ontwikkelingen gaan altijd in golven en als iets een hoogtepunt bereikt is de verandering al ingezet. Alleen moeten we die veranderingen wel zien en bereid zijn er mee aan de slag te gaan. De kansen die onze sector worden geboden zijn legio. De vraag naar "local for local" en streekproducten, de wens van de consument tot een maatschappelijk verantwoord product, de opkomst van internet als verkoopkanaal, Social Media als communicatiekanaal naar de consument, het groter worden van het aandeel van groenten en fruit in ons voedselpakket. Zo kan ik nog wel even door gaan.
Volop kansen maar dan moeten we ze wel grijpen. Dus niet elkaar de maat nemen maar de handen uit de mouwen en zelf werken aan je toekomst. De kansen zijn er. Laten we zorgen dat we niet te laat wakker worden en de boot missen, dat andere ketenspelers ons weer voor zijn. Want dan rest ons straks alleen nog het introduceren van een Fair Trade logo voor Nederlandse groenten en fruit. En dat lijkt mij onze eer te na. Volgens mij willen we een sector van winnaars zijn.
reageer »
Op dit moment wordt er in de Arabische wereld geschiedenis geschreven. 2011 wordt zo'n jaar waarvan onze kinderen of kleinkinderen op school leren dat er dat jaar grote veranderingen in gang zijn gezet.
Wat opvalt is dat een bepaalde generatie opkomt voor haar vrijheden en een deel van de welvaart. Het is vooral de generatie van 20 tot 40 jaar die niet meer accepteert dat er voor enkelen alles en voor hen niets is. Het is niet alleen geldelijke vooruitgang die zij willen maar het zijn vooral persoonlijke en politieke vrijheden waarom geroepen en voor gestreden wordt. Voorlopig is het dus niet een machtsovername door militante moslims waar wij in het Westen zo bang voor zijn. De mensen willen blijkbaar niet de ene dictatuur inruilen voor een andere dictatuur.
Fascinerend is het om te zien hoe de hele volksopstand in de diverse Arabische landen aangestuurd en gevoed wordt door middel van Social Media. Via forums op websites en diensten als Twitter, Facebook en Windows Live zijn mensen in staat om in groten getale zeer snel met elkaar te communiceren en de massa te mobiliseren. Voor het eerst is internet en social media zichtbaar een machtsfactor van belang geworden waartegen het door de meeste dictaturen moeilijk optreden is, uitzonderingen zoals Noord Korea daargelaten. Daar leeft men nog in een digitale pre-historie. Maar ieder een beetje ontwikkeld land staat tegenwoordig vol met computers en deze zijn bijna altijd aangesloten op internet.
Ik vraag mij af hoe wij als groenten- en fruitsector deze revolutie van de Social Media zullen ondergaan. De meesten onder ons zijn nog bezig om de fax uit te faseren en op e-mail over te stappen. Hier en daar wordt de spreekwoordelijke "sigarendoos" nog gebruikt. Er moeten dus nog grote stappen gezet worden door onze sector om alle ontwikkelingen bij te kunnen houden.
Welke invloed gaat social media krijgen? Dat is moeilijk te voorspellen. Zo kunnen wij op dit moment grote groepen consumenten eenvoudig benaderen en daarmee communiceren. Lever leuke en nuttige informatie aan de consument en je heb zo een groot aantal "followers". Maar ook voor medewerkers bij onze klanten of de retailers zal het gebruik van social media, die nu nog vooral privé gebruikt worden, steeds normaler en zelfs vereist gaan worden in de dagelijkse, zakelijke communicatie. Het deelnemen aan bepaalde netwerken wordt steeds belangrijker.
Ik ben geen internetgoeroe (en dat geeft ook niet want die zitten er per definitie altijd naast) maar de ongebreidelde mogelijkheden van social media en het feit dat daardoor iedereen met iedereen in contact staat, gaat onze wereld en de wijze waarop wij zaken doen sterk veranderen. Dat staat voor mij vast.
reageer »
Onlangs de uitzending van Radar gezien over de Gifmeter 2009. Ik heb er een beetje een dubbel gevoel bij. Bekeken door een tuinbouwbril was de tendentieuze wijze van berichtgeving weer ronduit ergerlijk.
Als consument moet je bijna wel levensmoe zijn om nog een stuk groenten of fruit in je mond te steken.
Zo gaat het bijna altijd met dit soort items. De ongenuanceerdheid druipt er van af.
Maar na het lezen van het gehele rapport van Weet Wat Je Eet, van de hand van de zelfbenoemde specialist Rene Houkema, ben ik toch wat positiever geworden. En dat ondanks de titel van het rapport: De Gifmeter. Zo'n titel laat weinig ruimte voor nuances.
Als je de samenvattende conclusie leest van WWJE dan druipt het gif inderdaad van de pen af. De nVWA is incompetent, de supermarkten zijn laks en we zouden voortaan alleen nog maar biologisch moeten eten. Aan de horizon ligt ons voedsel Walhalla. Daar moeten we naar toe. Een andere weg is er niet. Je zou bijna denken dat de milieuclubs die achter WWJE zitten, de voedselveiligheid gebruiken om hun boodschap, via de achterdeur, er toch doorheen te drammen.
De Gifmeter. Op ons voedsel zit dus gif. Als je er over nadenkt is dit wel een rare kronkel in ons denken. Als we ziek zijn gaan we naar de dokter en slikken klakkeloos allerlei pillen. Pillen met soms vreselijke bijwerkingen. Puur gif soms. Maar we hopen dat we er beter van worden. We denken er niet over na. Het zijn per slot van rekening geneesmiddelen.
Echter, als onze planten ziek zijn en we bepaalde middelen gebruiken om ze te genezen dan heet dat ineens weer gif, plantengif. Zijn het dan geen plantgeneesmiddelen?
Als je het rapport verder bestudeert dan word je als Nederlandse tuinbouw een stuk positiever. Wij komen er goed vanaf. De conclusies zijn hard en soms overtrokken maar raken de Nederlandse tuinbouw nauwelijks. De Nederlandse tuinbouw is over het geheel genomen qua gewasbescherming heel goed bezig. En we kunnen nog beter. Jammer dat dit in de berichtgeving nauwelijks naar voren komt.
Toch is het moeilijk om dit punt verder te benutten naar onze klanten of de consument.
Als eerste wordt er door clubs als WWJE met twee maten gemeten. Wij worden als geavanceerde, moderne en zeer schone tuinbouw langs een biologische meetlat gelegd. Biologisch is de norm en al het andere is minder. Maar wij zijn geen biologische tuinbouw en kunnen daar ook niet mee vergeleken worden. Wij zijn de schoonste traditionele producenten ter wereld en wij zijn in staat om schoon en gezond voedsel voor iedereen betaalbaar aan te bieden. Dus niet alleen voor "biologische" elite aan de grachtengordel.
Verder constateer ik dat de overheid haar regie op dit dossier is kwijtgeraakt. Wetenschappelijk vastgestelde MRL's doen er niet meer toe. Het is een complete Wild West van supermarkten en actiegroepen die allemaal hun eigen normen en interpretaties hebben. Het ene moment doe je het goed en even later word je weer aan de schandpaal genageld.
Een punt van zorg blijft dat we met een hele grote groep telers zijn. Er kan altijd een zondaar tussen zitten. Iemand die het niet zo nauw neemt met de regels en die het belang van een goed en schoon imago niet zo belangrijk vindt. Dat maakt ons kwetsbaar. Die ene kan het voor de hele groep verpesten.
Ons motto moet zijn: Be Good and Tell it. Laten wij vooral goed zijn en als anderen het niet willen vertellen, dan moeten we het zelf doen.
reageer »
Het is alweer een tijd geleden dat ik een weblog geschreven heb. Persoonlijke omstandigheden zorgden ervoor dat ik weinig tijd en inspiratie had om mijn gedachten aan het papier toe te vertrouwen.
Inmiddels is de 30e september gepasseerd. Waarom is 30 september nu zo'n belangrijke datum? Voor bijna alle erkende telersverenigingen is dit de uiterste datum dat een lid zijn lidmaatschap kan beëindigen en op zoek kan gaan naar een andere afzetorganisatie.
De weken vóór het einde van september zijn daarom spannende weken. Niet dat je nu met zweet in de handen naar de brievenbus loopt maar het is altijd wel een moment van de waarheid. Hebben wij als telersvereniging ons werk goed gedaan? Zijn onze leden tevreden of willen ze bij ons weg? De leden van een telersvereniging geven eind september een oordeel over het functioneren van die vereniging.
Soms vervelend, maar altijd nuttig. De statuten, en ook de GMO regelgeving, voorzien hier nu eenmaal in en het is het recht van iedere teler om een andere weg te kiezen.
Als telersvereniging met een eigen afzetorganisatie zou je er soms wel eens vanaf willen. Je wilt graag lange termijn "commitment" en ingezet beleid levert nu eenmaal niet altijd in hetzelfde jaar al resultaat op. Je wilt dat telers langere tijd bij je club blijven. De vraag is dus of je telers, via langdurige overeenkomsten, kunt binden aan je vereniging?
Bij onze vereniging hebben we er tot nu toe voor gekozen een lid ieder jaar vrij te laten in zijn keuze. Ieder jaar kan een teler bij Versdirect.nl opzeggen, maar natuurlijk moeten wij wel binnen de GMO regelgeving blijven. De enige voorwaarde vanuit Versdirect.nl is dat een vertrekkend lid de vereniging geen enkele vorm van schade mag berokkenen. Dat is alles!
Moeten we nu aanpassingen doen? Hoewel het verleidelijk is om lange termijn afspraken te maken denk ik toch dat de vrije keuze voor een teler belangrijker is. Iedere teler die bij Versdirect.nl lid wordt doet dit volledig vrijwillig. Het is zijn bewuste keuze om dit lidmaatschap jaarlijks voort te zetten en niet omdat hij niet anders kan.
Wij moeten ons als Versdirect.nl dus ieder jaar weer bewijzen en prestaties leveren.
Uiteindelijk is dit de meest gezonde situatie, zeker op lange termijn.
reageer »
Als je in deze tijd de krant van de mat pakt heb je vaak een dun vodje in de handen van enkele pagina's. Met daarin nieuwsfeiten die nauwelijks meer waarde hebben dan de laatste buurtroddel. "Komkommertijd" zeggen ze dan.
Als je Wikipedia er op naslaat dan is komkommertijd "een periode in het jaar waarin weinig nieuws te melden is omdat de politiek op vakantie is, net als veel anderen".
Eigenlijk wel een mooie tijd die komkommertijd. De vaderlandse wegen zijn eindelijk weer eens goed berijdbaar zonder ellenlange files. Geen rijen bij de kassa's van de supermarkt en winkeliers die weer eens tijd voor je hebben. Geen opgeblazen politici op televisie die allemaal hun punt willen maken (hoewel deze zomer de formatie een aanzienlijke duit in het zakje doet). Het land dat zonder regering en haar "leiders" gewoon doordraait. En mooie lange zomeravonden waarvan we onder het genot van een biertje of een goed glas wijn kunnen genieten.. Ik mag dat wel, die "komkommertijd"!
In onze sector wordt komkommertijd vaak met enkele letters ingekort. In de zomermaanden zijn de prijzen regelmatig bedroevend en dan spreken we van "kommertijd" Het is dan 'kommer en kwel".
Maar dit jaar is dit voor veel producten niet het geval. De zomerprijzen zijn tot nu toe redelijk tot goed te noemen, afhankelijk van het product. Dit was ook hard nodig na het dramatische seizoen van vorig jaar. Alleen de paprika's doen het na een redelijke start weer niet goed deze zomer.
En als we eens specifiek kijken naar de mensen waar het áltijd komkommertijd voor is, onze komkommertelers, dan mogen zij zich eindelijk weer eens in een goed jaar verheugen. Hoewel het jaar nog niet voorbij is, ziet het er wel goed uit. Dit zal bij een hoop bedrijven weer een beetje lucht geven.
Maar wat is er nu veranderd in de afzet van de komkommers tegenover de voorgaande jaren?. Het areaal is maar beperkt afgenomen en de producties en exportvolumes zijn vergelijkbaar met die van vorig jaar. De door sommige gewenste aanbodsbundeling is er niet gekomen. En toch zijn de prijzen veel beter. De teelt die door de huisbankier van de tuinbouw al afgeschreven was, gaat dit jaar hoogstwaarschijnlijk het beste rendement maken.
Mag je dus concluderen dat de prijzen bepaald worden door vraag en aanbod? En dat we niet meer alleen naar ons eigen aanbod maar vooral naar het Europese aanbod moeten kijken?
Al het hele jaar is er een bepaalde schaarste op de markt waardoor de prijzen na een aanbodspiek en de daardoor ontstane prijsdaling weer omhoog bewegen. Een lichte krimp in alle teeltgebieden van komkommers, een lagere productie doordat Midden-Europa al het hele jaar last heeft van wisselvallig weer en meer acties met komkommers door de grote retailers. Er zijn diverse oorzaken te noemen. Een enkele procenten lagere productie en een paar procent hogere vraag zijn vaak al voldoende om het tij te doen keren....
We zitten in Europa tegen productiegrenzen aan. Er is eenvoudigweg geen ruimte meer voor areaaluitbreidingen. Wanneer deze er toch komen dan gaan die ten koste van opbrengstprijzen en zal er weer een bepaalde sanering komen. Of we moeten de consumptie van groenten en fruit weten te vergroten. Maar ga daar eens aan staan. Op hetzelfde niveau houden lijkt mij al moeilijk zat.
reageer »
De tuinbouw is halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw in een veranderingsproces gekomen. Een proces dat nog steeds voortduurt. Met de komst van de telersverenigingen is de structuur van onze afzet en de wijze waarop we samenwerken definitief veranderd.
Niet de regio waar we wonen of tot welke zuil we behoren bepaalt met wie we samenwerken. Het te behalen voordeel of een gedeelde marktvisie bepaalt nu met wie we in een samenwerking stappen. Het zijn dan ook iedere keer andere samenstellingen voor andere doeleinden. Zo werken we samen met buurman bloementeler in een energiecluster en met een teler uit Noord-Groningen telen we hetzelfde product en vermarkten we het via dezelfde vereniging. Oude lijnen vervagen steeds meer.
We zijn op dit moment in een volgende fase van ontwikkeling belandt. Een fase waarbij de tuinbouw steeds minder een typisch agrarische sector blijkt te zijn maar meer en meer een "normaal" onderdeel van de Nederlandse economie. Met ondernemers die niet anders denken en reageren als de gemiddelde Nederlander. Minder coöperatie maar meer individualisme. Steeds minder laten we ons gelegen liggen aan het gezamenlijk belang maar kiezen we voor het persoonlijk belang. Voor het eigen, voor "waar word ik beter van". Ik wil daar geen oordeel over geven maar het is wel een feitelijke constatering, we zien het dagelijks om ons heen.
Daarom is het vreemd dat wanneer het fout gaat in de sector direct de oude reflexen terugkomen. Samenwerking, bundeling en fusie zijn de toverwoorden die de crisis moeten bezweren.
Het staat vast dat een groot deel van het probleem in de afzet van ons product voortkomt uit het feit dat de laatste jaren het areaal en productie te hard gegroeid zijn. Zonder dat daarbij iemand zich afvroeg of er wel genoeg ruimte in de markt was. Iedere teler heeft individueel de keuze gemaakt om uit te breiden zonder dit af te stemmen met het collectief. Niemand heeft zich afgevraagd of het wel verstandig was om zoveel areaal erbij te krijgen. Iedereen was bang dat hij achterbleef. En nu het fout gaat moet het collectief de oplossing bieden.
Ook het "establishment"van de sector wijst naar de telersverenigingen en vindt dat die de problemen moeten oplossen. Bundeling is de enige oplossing.
Maar dan moeten we wel allemaal weer coöperatief gaan denken en handelen. En daar is het te laat voor. Daarvoor zijn we teveel "normale mensen" geworden. De telersverenigingen kunnen dit niet oplossen als ze dag in dag uit zien dat hun leden eigen individuele keuzes maken.
Ik denk dat we vanuit een nieuw realisme naar de huidige afzetcrisis moeten kijken. De tijden zijn veranderd. Wellicht is niet landelijke samenwerking het toverwoord maar zal de oplossing moeten komen uit een stuk sanering en consolidatie. Uit een gerichte ketensamenwerking binnen telersverenigingen en professionalisering van de overblijvers in de markt. Kijk naar andere sectoren en zie wat daar al heeft plaatsgevonden. De tuinbouw zal daar niet in achterblijven.
De tuinbouw zal blijven, wellicht sterker als ooit tevoren, maar wel anders als nu.
reageer »
Regelmatig wordt in Nederland de discussie aangezwengeld over wat de beste manier is om de GMO-subsidiegelden te besteden. Tot nu toe zijn de GMO-gelden vooral gebruikt om de teeltbedrijven schoner, efficiënter en marktgerichter te laten werken.
Veel is geïnvesteerd in "state of the art" verpakkingsloodsen, machinerieën en gesloten koelketens. Ons product is nog nooit zo schoon geproduceerd en nog nooit zo klantgericht verpakt geweest. Maar de consequentie is wel dat er minder van het GMO-geld gebruikt werd voor marktontwikkeling en reclame. Ook een GMO-euro kun je maar één keer uitgeven.
Van verschillende kanten worden momenteel vraagtekens geplaatst bij de GMO-bestedingen. Ik kan mij de kritiek wel enigszins voorstellen. De uitdagingen voor de toekomst liggen niet op onze teeltbedrijven maar meer en meer in de markt. Vraag en aanbod zijn al jaren uit balans. Het wordt ons pijnlijk duidelijk gemaakt waar de macht in de keten ligt. Door het internationale aanbod waarover onze klanten kunnen beschikken wordt onze positie verder verzwakt.
De inzet van GMO-gelden moet dus anders/beter om de positie van de teelt in de keten te verbeteren. Zaken als merkontwikkeling, category management en consumptieverhogende campagnes zijn belangrijk om in te investeren en waarschijnlijk brengen ze de teler op lange termijn een hoger rendement.
Maar bij het standpunt van de critici zijn ook vraagtekens te plaatsen. Het is zeker niet zo dat er tot nu toe geen inspanningen werden gepleegd op het gebied van marketing. Alle GMO-verenigingen zijn hier mee bezig. Bij elkaar opgeteld levert de sector al een forse inspanning.
Het mag bekend zijn dat voor iedere GMO-euro die door Brussel verstrekt wordt, ook door de telersvereniging een euro bij haar leden opgehaald moet worden. De situatie op de teeltbedrijven laat het echter niet toe dat wij zomaar geld in pr en reclame gaan stoppen zonder dat daarbij een redelijke verwachting van een rendement tegenover staat. Iedere euro wordt momenteel door onze vereniging twee keer omgedraaid voor hij uitgegeven wordt. Beter een onderbenutting dan een onrendabele benutting.
Een oplossing is, dat de organisaties die het GMO-beleid willen veranderen, zelf "boter bij de vis" doen. Dan is het probleem mogelijk snel uit de wereld. Maar daar heb ik tot nu toe weinig signalen van gekregen.
reageer »
Beter een goede buur dan een verre vriend. Een bekend spreekwoord met een hoog waarheidsgehalte. Zelf heb ik goede buren en het is vaak erg prettig dat je op je buren kunt terugvallen.
Als Nederland hebben we aan diverse landsgrenzen directe buren waarbij wij met onze zuiderburen zelfs voor een groot deel dezelfde taal delen. Hoewel we vaak alleen de verschillen zien zijn we vooral ook buren met veel overeenkomsten.
Als Nederlandse tuinbouw hebben we met de bijna identieke Belgische tuinbouw heel veel gezamenlijke belangen die een goede basis voor samenwerking bieden. In bepaalde dossiers trekken onze belangenbehartigers dan ook gezamenlijk op.
Daarom verbaast het mij vaak als ik weer eens lees dat de Belgische afzetorganisaties zich zo laatdunkend over de Nederlandse collega's uitlaten. Zo rond het begin van het nieuwe seizoen, als de jaarverslagen opgemaakt worden, geven voorzitters en directeuren een terugblik op het afgelopen seizoen. De laatste jaren klinken deze terugblikken als een grijsgedraaide grammofoonplaat. Is het een goed seizoen dan komt dat door de geweldige prestatie van de eigen veiling. Maar is het een slecht jaar dan komt dat door die "verrekte Ollanders". Die bouwen te veel en verkopen te laag.
De Belgische tuinbouw exporteert, vergeleken met Nederland, relatief weinig van het eigen product en ze heeft een zeer loyaal eigen publiek dat een sterke voorkeur heeft voor product van eigen bodem. Hoe anders is dit in ons eigen land.
Ook in België zie je trouwens grote megabedrijven ontstaan. Dat is logisch want een bepaalde schaalgrootte is nu eenmaal onontbeerlijk. En ook in België zie je het aantal tuinbouwbedrijven afnemen. Deze zaken lopen in beide landen synchroon.
Voor de achterban is het leuk wijzen naar de Nederlandse tuinder en zijn afzet maar als het eigen afzetvolume daalt dan is die "Ollander" plots een graag geziene aanvoerder voor de veiling (het volume moet natuurlijk wel op peil blijven). En ook de Nederlandse exporteur is een graag geziene koper. Zonder deze koopkracht was het vermarkten voor de Belgische veilingen een heel stuk moeilijker geweest.
Dus buurman: we zitten als tuinbouwcollega's in hetzelfde schuitje. Laten we daarom waar het kan zoveel mogelijk proberen samen te werken en het wijzen naar elkaar achterwege laten. Voor een goede samenwerking is respect voor je partner en buurman een allereerste uitgangspunt.
reageer »
Dit wordt mijn eerste blog van dit jaar dus ik begin ermee u een heel goed, gezond en bovenal succesvol 2010 toe te wensen. Zulke wensen moet je niet beperken tot de eerste week van januari, toch?
Voor velen in de sector zal 2010 een beslissend jaar worden. Een jaar van erop of eronder. De spanning is overal te voelen maar we moeten wel goed blijven nadenken.
Een bepaalde vorm van roekeloosheid bemerk ik onder telers als het gaat om het vermengen van product en logistieke stromen van Nederlandse bodem en die van buitenlandse komaf. Steeds vaker hebben Nederlandse kwekers buitenlandse vestigingen of wordt er voor klanten in de rustige wintermaanden product verpakt. Dit product komt dan samen op de eigen Nederlandse productielocatie.
De laatste jaren zijn we als tuinbouw onaangenaam verrast met allerlei uitheemse insecten en virussen die soms grote schade in de teelt veroorzaken of het product onverkoopbaar maken. Daar komt bij dat grote afzetlanden buiten de EU hele stringente fytosanitaire regels voor hun import hanteren. Gevolg is dat we vaker geconfronteerd worden met exportblokkades omdat er weer een bepaald insect is aangetroffen. Juist in een tijd dat we ieder afzetgaatje nodig hebben om ons product verkocht te krijgen zitten we daar niet op te wachten.
Als je met telers hier over praat krijg je vaak het antwoord dat de handel ook maar raak importeert en dat daar ook weinig op gecontroleerd wordt door het desbetreffende bedrijf of de verantwoordelijke instanties. Dus waarom kan een teler dan niet hetzelfde doen.
Naar mijn mening zijn er twee belangrijke kanttekeningen te plaatsen. Als eerste is het zo dat de Nederlandse handel al tientallen jaren product importeert maar dat juist sinds de Nederlandse teler over de grens is gaan produceren, en daarbij in bepaalde gevallen is gaan opereren als handelaar, het aantal gevallen van geïmporteerde problemen snel is toegenomen.
Een ander belangrijk verschil is dat een handelsbedrijf niet aan productie doet en dat daarmee het directe besmettingsrisico voor de Nederlandse teelt veel kleiner is.
Ik wil hier niet pleiten voor het staken van buitenlandse handels- of teeltactiviteiten door telers maar er zal wel beter nagedacht moeten worden over de mogelijke risico's. Wellicht dat er aanvullende maatregelen en afspraken noodzakelijk zijn.
Bedenk dat het voordeel van de activiteiten voor de individuele ondernemer is maar dat het risico van een geïmporteerde ziekte voor de gehele sector is. Onderken je eigen verantwoordelijkheid jegens elkaar!
reageer »
Spruitenleed. Dit woord schiet mij te binnen als ik de huidige marktsituatie van de spruiten bekijk.
Opbrengstprijzen waar geen teler zijn bedrijf van kan laten draaien, stroef lopende afzet met dito voorraadposities en vaak een bedenkelijk product als de spruit het winkelwagentje in verdwijnt. En dat is dit jaar niet voor het eerst. Al jaren zit de spruitenteelt in het verdomhoekje.
Geen groente roept zoveel emoties op als de spruit. "Love'em or hate'em" . Een tussenweg lijkt er niet te zijn. Kinderen vinden ze vaak niet lekker maar tussen de wat oudere medemens zitten vaak echte liefhebbers.
Het zou jammer zijn als de spruit steeds meer van het menu gaat verdwijnen en daardoor ook niet meer door de Nederlandse telers geteeld kan gaan worden. Het betekent weer een verdere verschraling van ons productenpakket en minder variatie in wat we eten.
Wat kunnen we doen om dit tij te keren? Daar is al veel over gezegd en geschreven. Als eerste moeten we goed nadenken over hoe we het product aanbieden aan de consument. Nu is het vaak een treurig gezicht, die groene netjes in het winkelschap. Het heeft kraak noch smaak.
Moeten we toe naar meer "convenience" of juist meer traditioneel? Wat past het beste bij de huidige doelgroep en hoe bereik je nieuwe consumenten? Spruiten zijn zeer gezond en bevatten veel vitamine C, veel meer dan bijvoorbeeld sinaasappels en mandarijnen. Hier ligt dan ook een schone taak voor het Groenten Fruit Bureau om dit nadrukkelijk onder de aandacht van de consument te brengen met een breed gedragen, consumptiebevorderende, campagne in onze belangrijkste afzetgebieden.
Het is voor de gehele sector van belang dat een grootschalige spruitenteelt behouden blijft. De spruitentelers hebben een eerste goede stap gezet met het collectief "Spruiten Vooruit". Naast de deze zomer geformuleerde speerpunten moet dit collectief er ook aan werken dat smaak en kwaliteit voorop staan als de teler zijn rassenkeuze gaat maken want daar ligt de basis voor een goed product.
Het zou goed zijn als de gehele keten de plannen en initiatieven van "Spruiten Vooruit" zou omarmen. Zo kan gezamenlijk geprobeerd worden de spruitenteelt een gezonde toekomst te geven.
Komt " de wraak van het spruitje" dan toch? Laat het in ieder geval een comeback zijn.
reageer »
De titel van deze weblog is geen goed Nederlands woord maar het wordt onder tuinbouwondernemers nog wel eens gebruikt.
"Overrekenen" of opnieuw berekenen is iets dat we als ondernemers regelmatig moeten doen. We beginnen met bepaalde verwachtingen aan een nieuwe uitdaging maar na een tijdje zien we dat die verwachtingen bijgesteld moeten worden. Soms omdat je het foutief ingeschat hebt, soms omdat de externe omstandigheden zodanig veranderd zijn dat de uitgangspunten niet meer realistisch zijn. Je moet dan opnieuw gaan rekenen en soms de conclusie trekken dat het niet verstandig is om door te gaan, hoe spijtig en teleurstellend dit ook kan zijn.
Wij hebben als versdirect.nl de laatste maanden ook moeten "overrekenen". De omstandigheden rond de overname van de verkooporganisaties werden met de week lastiger en op het laatst was er nog maar een conclusie mogelijk: "Dit moeten we nu niet doen."
Ik ga niet ontkennen dat dit een zware tegenslag was voor het bestuur en management. Wij hadden de plannen goed uitgedacht en voorbereid maar het mocht niet zo zijn. Het is nu tijd voor bezinning en overleg met onze leden. Waar gaan we naartoe als versdirect.nl en wat is het beste voor onze leden?
Wat we de laatste weken ook veel gedaan hebben is het "overrekenen" en vergelijken van onze uitbetaalprijzen met die van onze "concollega's". In de discussies daarbij is mij een aantal zaken opgevallen. Als eerste zie je dat onze collega's, al dan niet bewust, erg hun best doen om het vergelijken zo lastig mogelijk te maken. Waar wij kiezen voor transparantie kiezen zij voor onduidelijkheid en complexiteit. Wat daarnaast ook opvalt is dat sommige telers vaak niet weten wat de kosten bij hun eigen organisatie zijn en er bovendien een wel erg simpele manier van vergelijken op na gehouden wordt. Een hoge (bruto)prijs op een lijstje wordt meestal belangrijker gevonden dan een hoge nettoprijs op de eindafrekening.
Natuurlijk is voor het beoordelen van je afzetorganisatie een (relatief) hoge nettoprijs erg belangrijk. Maar zaken als vertrouwen, een goede relatie en een bepaald "clubgevoel" spelen zeker ook een rol. Het is zeker niet alleen maar sec die prijs. Na al het vergelijken is het in ieder geval prettig om te zien dat wij als versdirect.nl in bijna alle productgroepen bij de beste netto uitbetalers van Nederland behoren.
Hier is "overrekenen" dus zeker niet nodig. En dat schept vertrouwen!
reageer »
De laatste dagen liep ik rond met het voornemen een positieve weblog te gaan schrijven. Er is momenteel veel aan de hand en er wordt makkelijk meegehuild met de wolven als er een negatieve sfeer is.
Ik zou daarom eens lekker tegen de stroom in iets positiefs gaan schrijven. Maar wat?
Te snel gegroeide producties, economische crisis, wisselkoersen. Dit alles resulterend in opbrengstprijzen die bij lange na niet de kostprijs dekken waardoor veel bedrijven in financiële problemen komen. Weinig inspirerend voor mijn verhaal.
Onlangs kwam daar nog de NMA bij die buitenproportioneel en intimiderend een onderzoek opent in de agri sector. Ik moest plotseling denken aan een gevleugelde uitspraak van een vriend van mij: 'We hebben één ding mee: alles zit tegen.'
Toch blijf ik positief gestemd over de tuinbouw. Misschien komt dat doordat ik inmiddels bijna alles al eens ervaren heb?!
Die recente NMa-actie bijvoorbeeld stimuleert volgens mij de samenwerkingsinitiatieven juist. Wel dient er realiteitszin en een breed draagvlak te zijn en moeten de ambities haalbaar zijn.
Verder staat de tuinbouw bekend om z'n innovatieve vermogen en zal zij, ondanks de problemen die ik eerder noemde, er sterker uit komen. Dat is mijn overtuiging.
Innovatieve telers stropen de mouwen op en gaan met lef en verbeelding hun eigen weg uit de moeilijke situatie zoeken. In crisistijden vinden mensen elkaar en starten allerlei gezamenlijke initiatieven. Oude tegenstellingen zullen overwonnen gaan worden waardoor de afzetherstructurering toch van de grond gaat komen.
Niet zomaar natuurlijk; er zal hard gewerkt moeten worden maar de tuinbouw is er altijd weer bovenop gekomen dus ook nu. In moeilijke tijden gaan in de tuinbouw altijd gezamenlijk de schouders eronder.
Dat is denk ik het belangrijkste lichtpunt op dit moment. Een blijvend vertrouwen dat het met onze sector weer goed gaat komen. Daarvoor moeten we keihard aan de slag!