11.08.2010 • Komkommertijd
reageer »
Als je Wikipedia er op naslaat dan is komkommertijd “een periode in het jaar waarin weinig nieuws te melden is omdat de politiek op vakantie is, net als veel anderen”.
Eigenlijk wel een mooie tijd die komkommertijd. De vaderlandse wegen zijn eindelijk weer eens goed berijdbaar zonder ellenlange files. Geen rijen bij de kassa’s van de supermarkt en winkeliers die weer eens tijd voor je hebben. Geen opgeblazen politici op televisie die allemaal hun punt willen maken (hoewel deze zomer de formatie een aanzienlijke duit in het zakje doet). Het land dat zonder regering en haar “leiders” gewoon doordraait. En mooie lange zomeravonden waarvan we onder het genot van een biertje of een goed glas wijn kunnen genieten.. Ik mag dat wel, die “komkommertijd”!
In onze sector wordt komkommertijd vaak met enkele letters ingekort. In de zomermaanden zijn de prijzen regelmatig bedroevend en dan spreken we van “kommertijd” Het is dan ‘kommer en kwel”.
Maar dit jaar is dit voor veel producten niet het geval. De zomerprijzen zijn tot nu toe redelijk tot goed te noemen, afhankelijk van het product. Dit was ook hard nodig na het dramatische seizoen van vorig jaar. Alleen de paprika’s doen het na een redelijke start weer niet goed deze zomer.
En als we eens specifiek kijken naar de mensen waar het áltijd komkommertijd voor is, onze komkommertelers, dan mogen zij zich eindelijk weer eens in een goed jaar verheugen. Hoewel het jaar nog niet voorbij is, ziet het er wel goed uit. Dit zal bij een hoop bedrijven weer een beetje lucht geven.
Maar wat is er nu veranderd in de afzet van de komkommers tegenover de voorgaande jaren?. Het areaal is maar beperkt afgenomen en de producties en exportvolumes zijn vergelijkbaar met die van vorig jaar. De door sommige gewenste aanbodsbundeling is er niet gekomen. En toch zijn de prijzen veel beter. De teelt die door de huisbankier van de tuinbouw al afgeschreven was, gaat dit jaar hoogstwaarschijnlijk het beste rendement maken.
Al het hele jaar is er een bepaalde schaarste op de markt waardoor de prijzen na een aanbodspiek en de daardoor ontstane prijsdaling weer omhoog bewegen. Een lichte krimp in alle teeltgebieden van komkommers, een lagere productie doordat Midden-Europa al het hele jaar last heeft van wisselvallig weer en meer acties met komkommers door de grote retailers. Er zijn diverse oorzaken te noemen. Een enkele procenten lagere productie en een paar procent hogere vraag zijn vaak al voldoende om het tij te doen keren….
We zitten in Europa tegen productiegrenzen aan. Er is eenvoudigweg geen ruimte meer voor areaaluitbreidingen. Wanneer deze er toch komen dan gaan die ten koste van opbrengstprijzen en zal er weer een bepaalde sanering komen. Of we moeten de consumptie van groenten en fruit weten te vergroten. Maar ga daar eens aan staan. Op hetzelfde niveau houden lijkt mij al moeilijk zat.

28.06.2010 • Tegenstrijdig
reageer »
Ik denk dat we vanuit een nieuw realisme naar de huidige afzetcrisis moeten kijken. De tijden zijn veranderd. Wellicht is niet landelijke samenwerking het toverwoord maar zal de oplossing moeten komen uit een stuk sanering en consolidatie. Uit een gerichte ketensamenwerking binnen telersverenigingen en professionalisering van de overblijvers in de markt. Kijk naar andere sectoren en zie wat daar al heeft plaatsgevonden. De tuinbouw zal daar niet in achterblijven.
De tuinbouw zal blijven, wellicht sterker als ooit tevoren, maar wel anders als nu.

05.05.2010 • Meer GMO voor marketing?!
reageer »
Tot nu toe zijn de GMO-gelden vooral gebruikt om de teeltbedrijven schoner, efficiënter en marktgerichter te laten werken.
Veel is geïnvesteerd in “state of the art” verpakkingsloodsen, machinerieën en gesloten koelketens. Ons product is nog nooit zo schoon geproduceerd en nog nooit zo klantgericht verpakt geweest. Maar de consequentie is wel dat er minder van het GMO-geld gebruikt werd voor marktontwikkeling en reclame. Ook een GMO-euro kun je maar één keer uitgeven.
Van verschillende kanten worden momenteel vraagtekens geplaatst bij de GMO-bestedingen. Ik kan mij de kritiek wel enigszins voorstellen. De uitdagingen voor de toekomst liggen niet op onze teeltbedrijven maar meer en meer in de markt. Vraag en aanbod zijn al jaren uit balans. Het wordt ons pijnlijk duidelijk gemaakt waar de macht in de keten ligt. Door het internationale aanbod waarover onze klanten kunnen beschikken wordt onze positie verder verzwakt.
De inzet van GMO-gelden moet dus anders/beter om de positie van de teelt in de keten te verbeteren. Zaken als merkontwikkeling, category management en consumptieverhogende campagnes zijn belangrijk om in te investeren en waarschijnlijk brengen ze de teler op lange termijn een hoger rendement.
Maar bij het standpunt van de critici zijn ook vraagtekens te plaatsen. Het is zeker niet zo dat er tot nu toe geen inspanningen werden gepleegd op het gebied van marketing. Alle GMO-verenigingen zijn hier mee bezig. Bij elkaar opgeteld levert de sector al een forse inspanning.
Het mag bekend zijn dat voor iedere GMO-euro die door Brussel verstrekt wordt, ook door de telersvereniging een euro bij haar leden opgehaald moet worden. De situatie op de teeltbedrijven laat het echter niet toe dat wij zomaar geld in pr en reclame gaan stoppen zonder dat daarbij een redelijke verwachting van een rendement tegenover staat. Iedere euro wordt momenteel door onze vereniging twee keer omgedraaid voor hij uitgegeven wordt. Beter een onderbenutting dan een onrendabele benutting.
Een oplossing is, dat de organisaties die het GMO-beleid willen veranderen, zelf “boter bij de vis” doen. Dan is het probleem mogelijk snel uit de wereld. Maar daar heb ik tot nu toe weinig signalen van gekregen.

19.02.2010 • Goede buren
reageer »
Dus buurman: we zitten als tuinbouwcollega’s in hetzelfde schuitje. Laten we daarom waar het kan zoveel mogelijk proberen samen te werken en het wijzen naar elkaar achterwege laten. Voor een goede samenwerking is respect voor je partner en buurman een allereerste uitgangspunt.

25.01.2010 • Roekeloosheid
reageer »
Voor velen in de sector zal 2010 een beslissend jaar worden. Een jaar van erop of eronder. De spanning is overal te voelen maar we moeten wel goed blijven nadenken.
Een bepaalde vorm van roekeloosheid bemerk ik onder telers als het gaat om het vermengen van product en logistieke stromen van Nederlandse bodem en die van buitenlandse komaf. Steeds vaker hebben Nederlandse kwekers buitenlandse vestigingen of wordt er voor klanten in de rustige wintermaanden product verpakt. Dit product komt dan samen op de eigen Nederlandse productielocatie.
De laatste jaren zijn we als tuinbouw onaangenaam verrast met allerlei uitheemse insecten en virussen die soms grote schade in de teelt veroorzaken of het product onverkoopbaar maken. Daar komt bij dat grote afzetlanden buiten de EU hele stringente fytosanitaire regels voor hun import hanteren. Gevolg is dat we vaker geconfronteerd worden met exportblokkades omdat er weer een bepaald insect is aangetroffen. Juist in een tijd dat we ieder afzetgaatje nodig hebben om ons product verkocht te krijgen zitten we daar niet op te wachten.
Als je met telers hier over praat krijg je vaak het antwoord dat de handel ook maar raak importeert en dat daar ook weinig op gecontroleerd wordt door het desbetreffende bedrijf of de verantwoordelijke instanties. Dus waarom kan een teler dan niet hetzelfde doen.
Naar mijn mening zijn er twee belangrijke kanttekeningen te plaatsen. Als eerste is het zo dat de Nederlandse handel al tientallen jaren product importeert maar dat juist sinds de Nederlandse teler over de grens is gaan produceren, en daarbij in bepaalde gevallen is gaan opereren als handelaar, het aantal gevallen van geïmporteerde problemen snel is toegenomen.
Een ander belangrijk verschil is dat een handelsbedrijf niet aan productie doet en dat daarmee het directe besmettingsrisico voor de Nederlandse teelt veel kleiner is.
Ik wil hier niet pleiten voor het staken van buitenlandse handels- of teeltactiviteiten door telers maar er zal wel beter nagedacht moeten worden over de mogelijke risico’s. Wellicht dat er aanvullende maatregelen en afspraken noodzakelijk zijn.
Bedenk dat het voordeel van de activiteiten voor de individuele ondernemer is maar dat het risico van een geïmporteerde ziekte voor de gehele sector is. Onderken je eigen verantwoordelijkheid jegens elkaar!

13.11.2009 • Spruitenleed
reageer »
Opbrengstprijzen waar geen teler zijn bedrijf van kan laten draaien, stroef lopende afzet met dito voorraadposities en vaak een bedenkelijk product als de spruit het winkelwagentje in verdwijnt. En dat is dit jaar niet voor het eerst. Al jaren zit de spruitenteelt in het verdomhoekje.
Geen groente roept zoveel emoties op als de spruit. “Love’em or hate’em” . Een tussenweg lijkt er niet te zijn. Kinderen vinden ze vaak niet lekker maar tussen de wat oudere medemens zitten vaak echte liefhebbers.
Het zou jammer zijn als de spruit steeds meer van het menu gaat verdwijnen en daardoor ook niet meer door de Nederlandse telers geteeld kan gaan worden. Het betekent weer een verdere verschraling van ons productenpakket en minder variatie in wat we eten.
Wat kunnen we doen om dit tij te keren? Daar is al veel over gezegd en geschreven. Als eerste moeten we goed nadenken over hoe we het product aanbieden aan de consument. Nu is het vaak een treurig gezicht, die groene netjes in het winkelschap. Het heeft kraak noch smaak.
Moeten we toe naar meer “convenience” of juist meer traditioneel? Wat past het beste bij de huidige doelgroep en hoe bereik je nieuwe consumenten? Spruiten zijn zeer gezond en bevatten veel vitamine C, veel meer dan bijvoorbeeld sinaasappels en mandarijnen. Hier ligt dan ook een schone taak voor het Groenten Fruit Bureau om dit nadrukkelijk onder de aandacht van de consument te brengen met een breed gedragen, consumptiebevorderende, campagne in onze belangrijkste afzetgebieden.
Het is voor de gehele sector van belang dat een grootschalige spruitenteelt behouden blijft. De spruitentelers hebben een eerste goede stap gezet met het collectief “Spruiten Vooruit”. Naast de deze zomer geformuleerde speerpunten moet dit collectief er ook aan werken dat smaak en kwaliteit voorop staan als de teler zijn rassenkeuze gaat maken want daar ligt de basis voor een goed product.
Het zou goed zijn als de gehele keten de plannen en initiatieven van “Spruiten Vooruit” zou omarmen. Zo kan gezamenlijk geprobeerd worden de spruitenteelt een gezonde toekomst te geven.
Komt “ de wraak van het spruitje” dan toch? Laat het in ieder geval een comeback zijn.

06.10.2009 • Overrekenen
reageer »
“Overrekenen” of opnieuw berekenen is iets dat we als ondernemers regelmatig moeten doen. We beginnen met bepaalde verwachtingen aan een nieuwe uitdaging maar na een tijdje zien we dat die verwachtingen bijgesteld moeten worden. Soms omdat je het foutief ingeschat hebt, soms omdat de externe omstandigheden zodanig veranderd zijn dat de uitgangspunten niet meer realistisch zijn. Je moet dan opnieuw gaan rekenen en soms de conclusie trekken dat het niet verstandig is om door te gaan, hoe spijtig en teleurstellend dit ook kan zijn.
Wij hebben als versdirect.nl de laatste maanden ook moeten “overrekenen”. De omstandigheden rond de overname van de verkooporganisaties werden met de week lastiger en op het laatst was er nog maar een conclusie mogelijk: “Dit moeten we nu niet doen.”
Ik ga niet ontkennen dat dit een zware tegenslag was voor het bestuur en management. Wij hadden de plannen goed uitgedacht en voorbereid maar het mocht niet zo zijn. Het is nu tijd voor bezinning en overleg met onze leden. Waar gaan we naartoe als versdirect.nl en wat is het beste voor onze leden?
Wat we de laatste weken ook veel gedaan hebben is het “overrekenen” en vergelijken van onze uitbetaalprijzen met die van onze “concollega’s”. In de discussies daarbij is mij een aantal zaken opgevallen. Als eerste zie je dat onze collega’s, al dan niet bewust, erg hun best doen om het vergelijken zo lastig mogelijk te maken. Waar wij kiezen voor transparantie kiezen zij voor onduidelijkheid en complexiteit. Wat daarnaast ook opvalt is dat sommige telers vaak niet weten wat de kosten bij hun eigen organisatie zijn en er bovendien een wel erg simpele manier van vergelijken op na gehouden wordt. Een hoge (bruto)prijs op een lijstje wordt meestal belangrijker gevonden dan een hoge nettoprijs op de eindafrekening.
Natuurlijk is voor het beoordelen van je afzetorganisatie een (relatief) hoge nettoprijs erg belangrijk. Maar zaken als vertrouwen, een goede relatie en een bepaald “clubgevoel” spelen zeker ook een rol. Het is zeker niet alleen maar sec die prijs. Na al het vergelijken is het in ieder geval prettig om te zien dat wij als versdirect.nl in bijna alle productgroepen bij de beste netto uitbetalers van Nederland behoren.
Hier is “overrekenen” dus zeker niet nodig. En dat schept vertrouwen!

24.08.2009 • Goed nieuws?!
reageer »
Ik zou daarom eens lekker tegen de stroom in iets positiefs gaan schrijven. Maar wat?
Te snel gegroeide producties, economische crisis, wisselkoersen. Dit alles resulterend in opbrengstprijzen die bij lange na niet de kostprijs dekken waardoor veel bedrijven in financiële problemen komen. Weinig inspirerend voor mijn verhaal.
Onlangs kwam daar nog de NMA bij die buitenproportioneel en intimiderend een onderzoek opent in de agri sector. Ik moest plotseling denken aan een gevleugelde uitspraak van een vriend van mij: ‘We hebben één ding mee: alles zit tegen.’
Toch blijf ik positief gestemd over de tuinbouw. Misschien komt dat doordat ik inmiddels bijna alles al eens ervaren heb?!
Die recente NMa-actie bijvoorbeeld stimuleert volgens mij de samenwerkingsinitiatieven juist. Wel dient er realiteitszin en een breed draagvlak te zijn en moeten de ambities haalbaar zijn.
Verder staat de tuinbouw bekend om z’n innovatieve vermogen en zal zij, ondanks de problemen die ik eerder noemde, er sterker uit komen. Dat is mijn overtuiging.
Innovatieve telers stropen de mouwen op en gaan met lef en verbeelding hun eigen weg uit de moeilijke situatie zoeken. In crisistijden vinden mensen elkaar en starten allerlei gezamenlijke initiatieven. Oude tegenstellingen zullen overwonnen gaan worden waardoor de afzetherstructurering toch van de grond gaat komen.
Niet zomaar natuurlijk; er zal hard gewerkt moeten worden maar de tuinbouw is er altijd weer bovenop gekomen dus ook nu. In moeilijke tijden gaan in de tuinbouw altijd gezamenlijk de schouders eronder.
Dat is denk ik het belangrijkste lichtpunt op dit moment. Een blijvend vertrouwen dat het met onze sector weer goed gaat komen. Daarvoor moeten we keihard aan de slag!

03.07.2009 • Overproductie?!
reageer »
Het argument dat zij gebruiken om dit te onderbouwen is het feit dat alle producten op dit moment verkocht worden. Er wordt niets gestort en dat betekent dat er dus een markt is voor deze producten. Onze gestegen Nederlandse productie is volgens hen maar een klein deel van de totale Europese productie.
De echte oorzaak van de lage productopbrengsten ligt volgens hen bij de handelsbedrijven en zelfverkopende telerverenigingen. Deze beconcurreren alleen elkaar en denken niet aan een hoge opbrengst voor de telers.
Hiermee is de oorzaak van het probleem dus niet de almaar uitbreidende en meer producerende teler en ook niet de financier die deze teler alle ruimte heeft gegeven zijn expansiedrift te bevredigen zonder dat deze zich afgevraagd heeft of de consument, die de extra geproduceerde paprika of tomaat moet gaan opeten, al geboren is?! Nee, het probleem ligt bij de handel en de retail.
Ik ben de laatste om toe te geven dat ons huidige afzetsysteem niet aan een hervorming toe is. Te veel aanbieders op steeds minder klanten. Dat kan niet goed blijven gaan. Maar om goed opgeleide, ervaren topmensen zulke versimpelde argumenten te horen gebruiken als antwoord op de vraag wat de oorzaak van ons probleem is doet mij vrezen dat we nog een lange weg te gaan hebben voordat we uit de problemen zijn.
Iedereen die op dit moment dagelijks in de verkoop zit weet dat er totaal geen spanning in de markt zit, dat er iedere dag meer aanbod als vraag is. Of het nu de gestegen productie in ons eigen land is, meer eigen productie in onze exportlanden of een bepaalde vraaguitval door de crisis weet ik niet precies (persoonlijk denk ik dat het een beetje van alle drie is). Het effect blijft hetzelfde: de vraag is kleiner dan het aanbod en de prijzen staan onder druk.
Iedere consument in Europa die groenten en fruit wil kopen kan dit in voldoende mate doen. Het aanbod is groot genoeg. Wanneer wij dus extra willen verkopen zal dit ten koste moeten gaan van een collega in eigen land of elders in Europa. We voeren dus een verdringingsstrategie. Los van de vraag of dit uiteindelijk de juiste strategie zal blijken te zijn weet ik wel dat deze strategie op korte termijn funest is voor de prijsvorming. Voeg daarbij ook nog eens de problemen in onze export door de sterke euro en het steeds meer intrekken van kredietlimieten op afnemers door de kredietverzekeraars en je hebt een dodelijke mix van effecten op onze afzet.
De oplossing zal volgens mij dan ook moeten komen uit eveneens een mix van factoren: Zo zal het vertrouwen van kredietverzekeraars in onze afnemers hersteld moeten worden, zal de uitbreiding van ons eigen areaal gestopt moeten worden (vraag en aanbod moeten weer in evenwicht komen) en een beperkte (Europese) sanering van het productieareaal zal noodzakelijk zijn (dit zal het effect van marktherstel versnellen). Onze inspanningen op het gebied van afzetbevordering zullen vergroot moeten worden en ook moet het aantal aanbieders in de markt verminderd worden. En dan bedoel ik niet alleen het bundelen van telers.
Ik kan nog wel even doorgaan maar ik denk dat de belangrijkste actiepunten zo wel genoemd zijn. Al deze factoren moeten beetgepakt en zodanig aangestuurd worden dat er een snel herstel van onze sector kan komen. Anders ben ik bang dat de meeste bedrijven teveel financieel uitgehold worden en onze sector in een neerwaartse spiraal terechtkomt.
Er zal door de hele sector eendrachtig samengewerkt moeten worden willen wij de huidige crisis te boven kunnen komen. En dan moet je niet alleen bezig zijn met het wijzen naar anderen en je eigen stoep schoon blijven vegen. Gezamenlijk moeten de schouders eronder.

25.05.2009 • Steun in de rug
reageer »
In deze vergadering konden onze leden zich uitspreken over de toekomst van onze telerscoöperatie; het bestuur presenteerde een duidelijke visie op de wijze waarop ze die toekomst vorm wil geven. Er is de laatste weken ontzettend veel tijd en energie gaan zitten in het uitleggen van onze plannen. Daarnaast hebben we de leden de kans gegeven om alle mogelijke vragen te stellen.
Het is daarom des te mooier dat al deze inspanningen zich vertaald hebben in een zeer ruime meerderheid vóór het bestuursvoorstel. Ik ben erg blij met het resultaat. Wat mij extra gelukkig maakt is dat in deze tijd van individualisme en eigenbelang het grootste deel van onze leden hebben ingezien dat we gezamenlijk moeten handelen. Niet ieder voor zich maar juist als telers samen. En ook niet jezelf blijven beklagen, maar in actie komen. Proberen grip op de situatie te krijgen. Het is voor alle mensen die betrokken zijn bij de plannen een mooie steun in de rug want er ligt nog een hele hoop werk op ons te wachten. De stemming op de ALV was nog maar het begin.
Bijna twee weken geleden kwamen onze overnameplannen toch al naar buiten. Een beetje vroeger als gepland want wij wilden eerst de leden laten beslissen. Wat mij verbaasde waren niet alleen de vele reacties op het nieuws maar vooral de cynische en negatieve toon van veel reacties. Blijkbaar zijn er nogal wat mensen met frustraties uit het verleden die hen nu zo doen reageren. Niet gehinderd door enige feitelijke kennis over onze plannen spuiden sommigen hun gal waarbij zelfs persoonlijke insinuaties niet vermeden werden. De meesten van ons hebben het naast zich neergelegd en zich er niets van aangetrokken maar onbewust doet het je toch meer dan je wilt toegeven.
Als ik het zo om mij heen vraag merk ik wel dat de discussie van invloed geweest is maar dan juist op een positieve manier. Het beste antwoord dat wij kunnen geven is het tot een succes maken van onze plannen. Het motiveert ons (nog) meer om deze criticasters te laten zien dat ze ongelijk hebben. Dat onze plannen goed zijn voor onze telers en voor de tuinbouw in Nederland.
Extra motivatie was al niet nodig maar nu staan we zeker op scherp. Zo ontstaat er uit iets negatiefs juist een positieve motivatie. Wij gaan ervoor!

12.05.2009 • Druk
reageer »
Als moderne mens lijkt het of we in een wereld leven waar alles steeds meer en sneller moet. Of is het mijn voortschrijdende leeftijd die mij dit zo doet ervaren?
Het zal de komende tijd dus wel druk blijven. Dat is niet erg, als de druk maar niet te hoog wordt.

14.03.2009 • Varkenscyclus
reageer »
Ik denk dat het inderdaad tijd wordt voor bezinning en een strategiewijziging. Deze gaat er waarschijnlijk toch wel komen maar dan afgedwongen door de crisis waar onze kredietverstrekkers zich nu in bevinden. De wijze van bedrijfsfinancieringen zal in de tuinbouw, net als in de rest van de maatschappij, een stuk behoudender gaan worden. En dat zal zijn weerklank krijgen in de financierbaarheid van nieuwbouwprojecten. Stof om over na te denken……

18.02.2009 • Hardnekkig
reageer »
Daarom ben ik blij dat de twee grote spelers in tomatenland het voortouw nemen. Voor een geslaagde bundeling is het in ieder geval noodzakelijk dat de twee grootste partijen in Nederland daaraan mee doen. Natuurlijk zijn ze het ook een beetje aan hun stand verplicht maar het is positief dat ze het gaan proberen. Er zal met spanning gekeken worden naar de resultaten en daarom wens ik de collega’s die de kar moeten gaan trekken veel succes toe.

19.01.2009 • Helden
reageer »

04.12.2008 • Zwarte Pieten
reageer »
Sterker nog: volgens ons gaat een APO niet ver genoeg. In onze visie moet een telersgroep grip krijgen op de gehele keten tot aan de eindklant. Horizontale bundeling alléén zal problemen rond voorraadverantwoordelijkheid geven en de rol van de verkoopbedrijven zal veranderen. Tientallen partijen zullen blijven aanbieden aan de eindklant, zorgvuldig opgebouwde afzetrelaties komen onder druk te staan en uiteindelijk worden we jaren terug in de tijd geworpen. Helaas hebben we op vragen van onze kant met betrekking tot deze punten nog steeds geen antwoord mogen krijgen.
Versdirect.nl weigert mee te doen aan het zwartepieten. Wij willen onze leden met argumenten overtuigen. Binnenkort hebben we al onze komkommertelers bij elkaar en ik kijk ernaar uit om gezamenlijk met onze telers te discussiëren over de toekomst en samen met hen de juiste weg te zoeken.

03.11.2008 • Het kan verkeren
reageer »
Eén ding is zeker: Consumenten zullen altijd voedsel nodig hebben om te overleven en dus zijn er ook altijd producenten nodig om voedsel te produceren. Over het voortbestaan van onze sector hoeven we dus niet in te zitten maar hoe die sector er over een paar jaar uit zal zien: wie zal het zeggen? Het blijven dus onzekere maar uitdagende tijden. Maar dat is niets nieuws in de tuinbouw.
Dat was in de tijd van mijn opa ook al zo. Dat alles kan “ verkeren” is zeker gebleken!!!

22.09.2008 • Crisis
reageer »
De laatste weken wordt het nieuws natuurlijk beheersd door de hypotheek- en bankencrisis in de Verenigde Staten. Met grote verbazing en ongeloof wordt het de gewone burgers zoals ik steeds meer duidelijk in welke crisis de Amerikaanse financiële wereld zichzelf, gedreven door blinde hebzucht en ongelimiteerde bonussen, gestort hebben. Het gehele Amerikaanse en daarmee ook voor een deel het wereldwijde financiële systeem staat op zijn grondvesten te schudden. Het staat er zo slecht voor dat de Amerikaanse centrale bank en de Amerikaanse overheid grootschalig ingrijpen om erger te voorkomen. De Amerikaanse burger krijgt dus de rekening gepresenteerd. Niet direct, want de verkiezingen komen eraan, maar de drukpersen voor nieuw geld draaien overuren. Volgens mij wordt het volgende probleem hiermee al weer geschapen. Een weinig rooskleurig vooruitzicht.
Ook bij ons in de tuinbouw is er sprake van moeilijke tijden. Enkele telers van versdirect.nl hebben hun bedrijf al gedwongen moeten sluiten. Een teken aan de wand omdat wij dit als bedrijf zeer zelden meegemaakt hebben. En bovenal een persoonlijk drama voor deze ondernemers en hun gezinnen.
In deze tijden denk ik vaak terug aan de twee `tuinbouwcrisissen` die ik zelf als teler meegemaakt heb. Werd de crisis eind jaren 70 begin jaren 80 vooral veroorzaakt door sterk gestegen energieprijzen, de tweede crisis in de jaren 90 was meer een afzetcrisis. Het bijzondere van de huidige situatie is dat beide factoren nu tegelijkertijd spelen en daarom ook dubbelhard aankomen. Daarom zijn de problemen in de komkommerteelt op dit moment het grootst omdat daar de opbrengstprijzen dit jaar zeer teleurstellend zijn. Telers hebben daarom erg weinig speelruimte om zich aan de nieuwe omstandigheden aan te passen.
In de voorgaande crisissen werd de sector door de Nederlandse of Europese overheid in een bepaalde mate de helpende hand toegestoken. Wie herinnert zich niet de zgn. `WIR` premies? Als we naar de hedendaagse realiteit kijken denk ik niet dat de Nederlandse overheid deze keer veel zal gaan bijdragen aan het oplossen van de huidige problemen. De sector zal het vooral zelf moeten doen. Zo zullen de Nederlandse banken voorzichtig moeten zijn wanneer zij besluiten tuinbouwondernemingen niet meer te ondersteunen. Niet in alle gevallen kunnen bedrijven overeind gehouden worden maar als er teveel bedrijven noodgedwongen moeten stoppen zal de waarde van de overblijvende bedrijven sterk gaan dalen. Niemand heeft dan meer ruimte om te investeren en zo creëren we onze eigen crisis. Verstandig beleid lijkt mij hier op zijn plaats.
Ook wil ik de standsorganisaties aansporen om met de regering in overleg te gaan. Om haar duidelijk te maken in welke moeilijke situatie de sector zit en om aan te geven dat ondersteunend beleid toch echt nodig is. Al was het alleen maar om van de koude sanering een lauwe sanering te maken.

05.08.2008 • Op mijn tandvlees
reageer »
Gedurende de reis hebben we met z’n allen heel wat cd’s gedraaid, oud en nieuw, alles door elkaar. Zo werd er ook een album van de “ Kromme Jongens” in de cd-speler gedaan want deze band doet het bij ons in de familie altijd erg goed. Hardop meezingen met het wel en wee van de tuinder. Een mooi voorbeeld hiervan is het nummer “ ik loop op mijn tandvlees”, allemaal erg grappig en herkenbaar.
Teruggekomen in Nederland en na twee dagen bijgepraat te zijn over alle ontwikkelingen dacht ik plotsklaps terug aan deze tekst. Ik heb het idee dat onze sector momenteel ook een beetje op z’n tandvlees loopt en we groggy in de touwen hangen.
Het is ook wel erg veel wat er momenteel op ons afkomt; De bedrijfskosten, aangejaagd door de hoge olieprijs, rijzen de pan uit en het tempo waarmee de kostprijs stijgt is hoger als ooit tevoren. De marktsituatie is voor bijna alle producten verre van rooskleurig, de omzetten vallen tot nu toe erg tegen en liggen een stuk achter op de voorgaande jaren. Bovendien is er op dit moment volop discussie over de wijze waarop wij onze producten vermarkten, maar tot nu toe heeft dit alleen nog maar geleid tot meer onrust en onvrede. Verder zijn de eisen die de diverse overheden en semi-overheden aan onze bedrijfsvoering stellen ondertussen zo rigide, dat je je af moet vragen of onze overheid überhaupt nog wel bedrijvigheid wil in dit land!!!
Tel bij dit alles op de “ gewone” problemen die je als teler in de dagelijkse praktijk tegen kan komen, zoals ziekten en plagen, personeelproblemen enz., dan moet je als ondernemer wel heel sterk in je schoenen staan wil je de toekomst nog positief kunnen blijven bekijken.
Nu heeft de tuinbouw wel eens vaker met moeilijke tijden te maken gehad, maar zijn we er altijd weer in geslaagd om onze bedrijven aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. De tuinbouw heeft altijd veerkracht getoond en is er weer sterker uitgekomen. Ik heb er alle vertrouwen in dat het ook deze keer gaat lukken dat we de huidige problemen te boven te komen.
Maar dat gaat zeker niet vanzelf, de handen moeten uit de mouwen!!!
De sector zal meer een eenheid moeten vormen willen we alle problemen het hoofd kunnen bieden. Er zal tijd -en dus geld- gezocht moeten worden om de bedrijven wat extra ruimte te geven om zich aan te passen aan de huidige energiesituatie. Er zijn hiervoor naar mijn mening genoeg mogelijkheden: een energietoeslag op het product, overbruggingskredieten voor bedrijven met toekomst die toch in moeilijkheden komen, ruimere subsidiemogelijkheden enz. In het bijzonder banken en overheden kunnen niet langs de zijlijn blijven staan.
En om de opbrengstprijzen te verbeteren zal vraag en aanbod weer in balans moeten komen. De markt biedt op dit moment geen ruimte voor extra areaalgroei dus het areaal zal eerder moeten krimpen. Maar zoals altijd gaat de markt hier zijn werk doen en het kan niet anders dan dat het Noord-Europese glasgroentenareaal de komende jaren zal gaan verminderen.
En wat de structuur van onze markt betreft: ik denk dat het de hoogste tijd wordt dat er niet meer maar minder marktpartijen komen. Niet één grote marktpartij, maar wel veel minder als nu. Laat ik daar zelf maar eens de handen voor uit de mouwen gaan steken.

08.07.2008 • Tunnelvisie
reageer »
Even weg uit de dagelijkse beslommeringen van het werk en van thuis. Voor de één lekker naar de zon en voor de ander heerlijk wandelen in de bergen. We hebben allemaal zo onze eigen invulling van het begrip vakantie. In tegenstelling tot het verleden gaat de tuinbouw er nu ook regelmatig op uit om even los te komen van de hectiek van alledag. Ging ik vroeger met mijn vader en moeder buiten het seizoen een weekendje naar Valkenburg, tegenwoordig wijkt het vakantiepatroon nauwelijks nog af van dat van de rest van Nederland. Ook hierin zijn we een normale bedrijfstak geworden.
Een vakantie is niet alleen een fijne tijd met gezin of met vrienden, het geeft je ook de kans om in alle rust en met wat meer afstand naar de problemen (of uitdagingen zo u wilt) van de hedendaagse tijd te kijken. En dat werkt vaak erg verhelderend.
Wat ik regelmatig tegenkom is een bepaalde vorm van tunnelvisie oftewel in vaktermen: cognitieve dissonantie. Vastzitten in de eigen mening en daardoor niet meer ontvankelijk zijn voor de mening van een ander. Je ziet het dan ook overal om je heen. Of het nu bijvoorbeeld gaat om de landelijke afzetbundeling die momenteel nagestreefd wordt of telers die koste wat kost zelf willen gaan vermarkten: overal zie je mensen die zo vastzitten in de eigen mening of visie dat ze de vaak waardevolle argumenten van de ander niet meer kunnen of willen zien.
Natuurlijk moet je als ondernemer vastberaden zijn en vasthouden aan je eigen ondernemersvisie maar het wordt gevaarlijk als het zover gaat dat je blind wordt voor de realiteit. Dan kun je grote fouten maken. En deze fouten kunnen we ons als tuinbouwondernemingen niet veroorloven. De ontwikkelingen gaan momenteel razendsnel en je moet zogezegd op de juiste trein springen wil je er in de toekomst nog bijhoren. En dat willen we toch allemaal? De tuinbouw is tenslotte een ontzettend mooie plek om te ondernemen.
Ik ga de komende tijd een paar weekjes op vakantie. Nog een paar “tunnels” door en dan ben ik in Italië. Uitkijkend over de Toscaanse heuvels met een lekker wijntje erbij mijmeren over het leven. Vaak is dat leven zo slecht nog niet.

05.06.2008 • Bloemperken
reageer »
Het voeden van een groeiende en steeds meer welvarende wereldbevolking, het dreigende tekort aan fossiele brandstoffen en de mogelijkheid dat de aarde te snel opwarmt (vergeef het mij als ik daar nog wat sceptisch over ben, zal wel de leeftijd zijn) kunnen voor grote spanningen zorgen tussen bevolkingsgroepen met alle gevolgen van dien. Dat heeft de geschiedenis ons wel geleerd.
Nu ben ik geen doemdenker want ik denk dat met het juiste beleid van overheden en de steun van ons allen veel problemen opgelost kunnen worden. Als de consument, u en ik dus, zijn verantwoordelijkheid neemt, de ondernemers in deze wereld de ruimte krijgen en overheden op tijd allerlei belemmeringen weghalen, dan moet het lukken!
In onze sector zijn er ook nog volop mogelijkheden om een steentje bij te dragen aan de oplossingen van onze hedendaagse problemen. Zo verbaast het mij zeer dat er nog zo weinig gebruik wordt gemaakt van biologisch afbreekbare verpakkingen, plastics van melkzuur of zetmeel en schalen van vezels. Dit vermindert onze afhankelijkheid van olie, is klimaatneutraal (om maar een modewoord te gebruiken) en de kwaliteit van deze verpakkingen is zo goed als vergelijkbaar met die van normale plastic verpakkingen.
De grote drempel om toch massaal over te stappen op afbreekbare verpakkingen was de prijs maar door de schaarste van olie en de daardoor gestegen prijzen is het omslagpunt een stuk dichterbij gekomen (hoewel deze nog steeds het dubbele is). Het laatste zetje moet gegeven worden door de grote retailers in Europa.
Zij moeten afspraken maken met hun leveranciers in welk tempo zij de plastic verpakkingen in de schappen willen vervangen door afbreekbare materialen. En hier geld voor overhebben natuurlijk. Komen we wel gelijk bij de volgende uitdaging. De techniek is er namelijk wel maar er is veel te weinig capaciteit om grootschalig afbreekbaar plastic te produceren, En daar zijn weer investeringen en vooral tijd voor nodig.
Maar het belangrijkst zijn natuurlijk de grondstoffen voor deze plastics, bijvoorbeeld suiker en maïs. Deze zijn op zich ruim voorhanden maar….de druk van het produceren van biobrandstoffen op het al bestaande areaal en het feit dat er straks 9 miljard wereldburgers te voeden zijn, maakt dat het geen makkelijk verhaal zal zijn om de grondstof voor afbreekbaar plastic te laten produceren. En dan val ik helemaal van ongeloof van mijn stoel als je ziet dat onze overheden (van lokaal tot Europees) allerlei plannen lanceren die ons landbouwareaal, onze delta is één van de meest vruchtbare stukken van Europa, met 15 tot 20% kunnen verminderen. Net ingepolderd land wordt weer onder water gezet en akkerranden en slootranden moeten bloemperken worden. Het hobbyisme en de naïviteit vieren weer hoogtij in Den Haag!
Over tien jaar gaan we de Markerwaard weer inpolderen!

25.04.2008 • Stille revolutie
reageer »
De afgelopen tien tot vijftien jaar is de manier waarop de producten van de Nederlandse teler worden verkocht continu aan verandering onderhevig geweest. De eerste “revolutie” was die van het vormen van VTN en The Greenery. Een fusie van bijna alle veilingen in Nederland. Een tweede ommezwaai die daarop volgde was dat telers, die niet tevreden waren met het beleid en de resultaten van The Greenery, direct gingen leveren aan handelshuizen. Bedrijven als Haluco, Bocchi of de VDN handelshuizen waren bedrijven die stuk voor stuk al jaren hun plaats hadden verdiend in de verkoop van het Nederlandse product. Het direct zaken doen en de lagere afzetkosten waren de grote voordelen van deze samenwerking.
De laatste verandering vindt nu plaats. Deze voltrekt zich al enkele jaren heel geleidelijk maar laat zich steeds meer gelden.. Op dit moment gaan steeds meer telers en telersverenigingen zelfstandig hun afzet organiseren. Ze gaan zelfstandig, buiten de bestaande exportbedrijven om, naar de markt. Verkoopbedrijven worden ingericht en commerciële mensen worden aangetrokken. Wat al bestaat wordt nog een keer overgedaan.
Naar mijn mening is deze ontwikkeling op korte termijn funest voor de prijsvorming. Nieuwe exportbedrijven die met een (bijna) identiek product op de markt komen kunnen alleen maar markt veroveren door goedkoper aan te bieden dan de huidige leveranciers,. Dit is volgens mij ook één van de oorzaken van de matige prijsvorming voor veel producten op dit moment.
Ook op langere termijn is het maar de vraag of de zelfstandige afzetstrategie van diverse organisaties een meerwaarde gaat opleveren voor de aangesloten telers. Als ik de huidige nieuwbouwprojecten zie, met daarbij de wetenschap dat goede commerciële mensen ook hun prijs hebben, verwacht ik niet dat de kosten die gemaakt worden lager kunnen zijn dan de kosten die een bestaande afzetorganisatie berekent voor haar diensten. En waar ligt dan het voordeel? Of verkopen deze telers nog liever voor een iets lagere prijs zelfstandig dan dat zij een hogere prijs ontvangen maar daarbij geen directe invloed hebben op het verkoopproces? Het gaat hier dus om vertrouwen en niet alleen maar om het netto rendement van de teler.
Een ander effect van de ontwikkeling van zelf exporterende telers is het feit dat telers geen collega’s meer zijn van elkaar maar directe concurrenten zijn geworden. Hoewel dit door veel telers nog niet zo beleefd wordt is dit een logisch gevolg van het zelf de markt opgaan. En dit betekent ook dat horizontale samenwerkingsoplossingen, zoals de momenteel actuele APO’s, geen soelaas meer bieden. Dit soort ontwikkelingen zijn gebaseerd op een werkelijkheid die we al weer achter ons gelaten hebben. Telers zitten niet meer in hetzelfde schuitje.
Wat is dan wel de oplossing? Ik denk dat het moeilijk is om één alomvattende oplossing te bedenken voor alle problemen. In ieder geval is een verdergaande marktversnippering ongewenst en zouden telers zich meer moeten richten op samenwerking met de huidige exportbedrijven in plaats van ieder voor zich de markt op te gaan.

31.03.2008 • Schoon, schoner, schoonst
reageer »
Twee jaar geleden was er veel ophef in Duitsland over het grote aantal overschrijdingen van MRL’s op Spaanse groenten en fruit. Vooral Greenpeace kreeg massale publiciteit rondom haar acties tegen deze overschrijdingen. Hun nieuwe tactiek van het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van de grote Duitse retailers pakte voor hen fantastisch uit.
Onze klanten kochten net zo gemakkelijk in Spanje of andere Zuid Europese landen in plaats van in Nederland en de prijs leek daarbij allesbepalend. Maar nu werden de retailers geconfronteerd met een al jaren en jaren durende realiteit die ze, al dan niet bewust, genegeerd hadden.
De retailers voelden zich gedwongen snel maatregelen te nemen om hun klanten ervan te overtuigen dat ze het probleem serieus namen. Ze deden, en doen, er alles aan om hun klanten het beste en schoonste product aan te bieden. De retailers buitel(d)en over elkaar heen met extra maatregelen en verlagingen van de maximale limieten bovenop de Duitse wettelijke normen. Vervolgens legden zij deze aangescherpte normen bij hun leveranciers neer. Of die maar even aan deze normen wilden voldoen.
Als telend Nederland hadden we eindelijk het gevoel van: “Hè hè, eindelijk gerechtigdheid”. Al jaren werken we in Nederland aan een schoon en veilig product. Daarbij ook gedwongen door een overheid die strenge regels oplegde en de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen beperkte. De affaire heeft ons imago in Duitsland uiteindelijk veel goed gedaan en er was vooral in 2006 extra vraag naar Nederlands product.
Nu zie je echter dat dit al langzaam wegebt. Spanje timmert momenteel gigantisch aan de weg met Bio en Ecologisch en meer van dat soort mooie kreten. In hoeverre dit ook allemaal zo schoon en veilig is weet ik niet ( ik zie weinig echte certificaten). Het feit blijft dat ze heel erg hard werken om aan de eisen van hun afnemers te blijven voldoen. Bedrijven als Koppert doen er momenteel goede zaken en ook de Spaanse overheid maakt serieus werk van controles en scherpt wetgeving aan. De goede naam van Spanje is in het geding.
Dat het de Spaanse telers menens is blijkt ook wel uit het feit dat vele telers vanwege het uit de hand lopen van plagen met hun teelt de eindstreep qua biologische teelt niet halen.
Schoon, schoner, schoonst; het lijkt wel een wasmiddelreclame maar dat bedoel ik niet. Wat ik duidelijk wil maken is dat we in een soort race zitten met onze concurrenten en dat deze er alles aan zullen doen om ons te evenaren. En deze race is nog niet ten einde. Organisaties als Greenpeace laten voorlopig niet meer los en zullen wereldwijd retailers blijven volgen en aanspreken op mogelijke overschrijdingen van gewasbeschermingsmiddelen.
Het wordt daarom tijd voor ons om de volgende stap te doen. En die stap kan volgens mij alleen maar zijn: gegarandeerd residuvrij produceren.
Als er één producent in de wereld is die dit waar zou kunnen maken is het wel de Nederlandse teler. En daarmee laten we de concurrentie ( voorlopig) weer achter ons.

29.02.2008 • Beursgedachten
reageer »
Enkele weken geleden vond -ie weer plaats: de Fruit Logistica in Berlijn, de beurs voor groenten en fruit producerend- en verkopend Nederland. In 10 jaar uitgegroeid tot een ongekend fenomeen waar werkelijk een ieder, die wereldwijd met AGF te maken heeft, naar toe komt om zijn talenten op het gebied van groenten en fruit te tonen.
De sfeer op zo’n beurs is altijd bijzonder. Het valt denk ik het beste te omschrijven als verwachtingsvol. Iedereen is vol goede moed over het komende seizoen en op de beursvloer bruist het van nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden en wie je ook spreekt: ze hebben er allemaal weer nieuwe klanten bij (!?).
Ook onze verkooporganisaties waren weer goed vertegenwoordigd. We hadden een mooie, frisse en moderne stand waar het alle beursdagen ontzettend druk was. Ik vind dat onze mensen daar een goede prestatie geleverd hebben, het was allemaal tot in de puntjes verzorgd. Er was veel voorwerk geleverd in contacten met klanten en dat betaalde zich uit in een zeer hoog klantbezoek. Ook ons Happy-Hour ter ere van ons 10-jarig bestaan was zeer geslaagd; al met al een prima beurs.
Ik heb altijd wel tijd op de beurs om eens rustig rond te lopen en dan schieten er altijd weer gedachten door mijn hoofd.
Wat ik mij zo bedacht na een rondje beurs is dat wij ontzettend bevoorrecht zijn om in deze branche te mogen werken. Welke sector heeft zulke mooie producten om te verkopen? Groenten en fruit zijn werkelijk prachtig en uniek van vorm, het palet aan kleuren is fantastisch en de producten zitten bovendien barstensvol met vitaminen en andere gezonde stoffen. Werkelijk het allerbeste dat “Moeder Natuur” ons te bieden heeft en daar mogen wij zomaar mee werken!! Je zult maar in de bouten en moeren zitten, nee, geef mij dan maar onze sector!!
Wat verder opvalt is het grote aantal verschillende landen dat aanwezig is op de Fruit Logistica. De verscheidenheid aan mensen is bijna nog groter dan de verscheidenheid aan producten. En hoe verschillend we ook zijn, en wellicht juist omdat we zo verschillend zijn, we werken allemaal met elkaar samen. De wereld wordt steeds meer onze achtertuin en handel drijven is een perfecte manier om elkaar en elkaars cultuur te leren kennen. De woorden handel en handelaar hebben in ons land vaak een negatieve lading, maar juist door te handelen worden mensen bij elkaar gebracht.
We zijn nu al weer een paar weken terug in Nederland en ik ben benieuwd wat er werkelijk-heid gaat worden van ons positieve beursgevoel. De dagelijkse realiteit werkt soms als een koude douche.
Gelukkig is er volgend jaar weer een nieuwe beurs!!!!

31.01.2008 • Ergernissen
reageer »
Wie heeft ze niet: ergernissen??? Over het weer, het verkeer, we kunnen ons regelmatig flink ergeren, ook ik ontkom daar niet aan. Laatst zat ik voor mijzelf een lijstje te maken met ergernissen en het viel mij op dat onze overheid regelmatig op dit lijstje voorkwam. Of het is om gebrek aan beleid - zoals met het verkeer - of juist om een teveel aan overheidsbemoeienissen, ze kunnen het op de een of andere manier niet goed bij mij doen.
Mijn laatste ergernis zal ik u niet onthouden: de Verpakkingsbelasting. Ingegaan per 1 januari van dit jaar en bedoeld - als zoveel zaken in deze tijd - om het milieu nog beter te beschermen. Wat een draak van een belasting en wat een draak van een regeling!!!! Hoezo nu deze stevige uitspraak zult u denken. Ik zal het proberen uit te leggen.
Om te beginnen werd pas begin december 2007 bekend dat de belasting er definitief zou komen en hoe de regeling er uit zou gaan zien. Maar vervolgens ging hij al wel in op 1 januari 2008 met voor ieder verpakkingstype en verpakkingsmateriaal een ander tarief en daarbovenop nog vrijstellingen etc. Het gevolg was dat alle gewichten per verpakking moesten worden bepaald en ons hele automatiseringssysteem aangepast diende te worden en dit in 4 weken tijd.
Dit wordt dan van ons geëist door een overheid die jaarlijks miljarden verspilt aan mislukte ICT trajecten, die nog steeds geen HSL trein kan laten rijden, terwijl het traject al een jaar klaar is, en dan hebben we het maar niet over de Betuwelijn.
Maar goed, het is ons toch gelukt en we kunnen voldoende gespecificeerd aangifte doen.
Wat je bij deze maatregel ook zou mogen verwachten is dat milieuvriendelijke CO2-neutrale verpakkingen, zoals afbreekbaar plastic, vrijgesteld zijn van belasting. Net als in ons buurland Duitsland, waar voor deze verpakkingen geen Grüne Punkt afgedragen hoeft te worden. Maar niets is minder waar: in Nederland worden afbreekbare plastics gewoon belast terwijl een vrijstelling het gebruik ervan flink zou kunnen stimuleren. Weer een gemiste kans.
Verpakkingen die direct door de verpakker worden geëxporteerd zijn vrijgesteld van belasting, maar zodra het in Nederland is doorverkocht moet er afgedragen worden.
Ik denk dat er in Nederland niet één teler is die direct exporteert, maar wel wordt gemiddeld 80% van zijn product door de exporthandel naar de ons omringende landen doorverkocht. Een onredelijke situatie, mede omdat er een grote kans bestaat dat die exporthandel ook soortgelijke afdrachten moet doen in de landen van bestemming, zoals de Grüne Punkt in Duitsland, waardoor er twee keer belasting over betaald moet worden.
Overleg hierover met Belastingdienst en de politiek hebben tot op heden nog niets opgeleverd. Mijn indruk van die gesprekken is dat het vooral niet te moeilijk moest worden, en dat het begrote bedrag maar binnen moest komen, dat was het belangrijkste!!!!
De opbrengst van deze belasting gaat overigens voornamelijk naar de algemene middelen en heeft geen specifiek milieudoel.
Verpakkingsbelasting: Ook deze konden ze niet leuker maken!

09.01.2008 • Nieuw jaar, Nieuwe kansen
reageer »
2008 is weer begonnen en zoals altijd aan het begin van een jaar wensen wij elkaar weer al het goede toe. Geluk, gezondheid en succes, allemaal belangrijke zaken die het leven aantrekkelijk kunnen maken en we beseffen dit maar al te goed als we één van die dingen tijdelijk of voorgoed moeten missen.
Aan het begin van een nieuw jaar hangt er altijd een verwachtingsvolle sfeer. Alles is weer mogelijk, zeker in de tuinbouw. Hoe slecht het afgelopen jaar een teelt ook verlopen is, dit jaar kan het weer volledig anders zijn, met goede opbrengsten en dito prijzen. Er hoeft maar iets te gebeuren in een ander teeltgebied en de kaarten worden volledig anders geschud.
Daarom zitten telers ook niet zo snel bij de pakken neer, er bestaat altijd weer de kans dat het morgen beter gaat. Dit houdt de mensen gemotiveerd en is één van de succesfactoren van de Nederlandse glastuinbouw.
Waar ik minder positief over ben is een stukje in het Dagblad van het Noorden, waarin voedings- en budgetdeskundigen aangeven dat het dagelijks eten van groenten en fruit voor flinke groepen Nederlanders onbereikbaar is geworden omdat het te kostbaar voor hen is. Als dit waar zou zijn is dit een slechte ontwikkeling!
Als eerste denk ik dat een breed pakket gezonde groenten en fruit een basisbehoefte is die voor iedere Nederlander bereikbaar moet zijn, arm of rijk. Zeker in een tijd waarin Obesitas en andere zgn. “welvaartsziekten” steeds meer de kop op steken, is het eten van groenten en fruit extra belangrijk. Je kunt je afvragen of het woord welvaartsziekte hier wel op zijn plaats is. Fastfood wordt steeds goedkoper en echt vers steeds duurder, straks wordt groenten en fruit een luxe product.
Ook voor de afzet van onze tuinbouwproducten is bovenstaande ontwikkeling geen goede zaak. Het is het eeuwenoude principe van vraag en aanbod: bij een oplopende prijs zal de vraag afnemen en als daarbij onze productie zoals alle jaren hiervoor licht zal blijven stijgen, dan zal dit zeker geen positief effect hebben op de opbrengstprijzen van onze producten. We hebben iedere klant, iedere consument keihard nodig!.
Het vreemde feit doet zich voor dat het winkelende publiek groenten en fruit als duur ervaart, maar dat tegelijkertijd de opbrengstprijzen voor de Nederlandse telers de laatste jaren zeker niet gestegen zijn. Nu is het een publiek geheim dat de brutomarge van een supermarkt op groenten en fruit veel hoger is dan de marge die bijvoorbeeld op bier wordt gemaakt.
Ik gun natuurlijk iedere deelnemer in de groenten en fruitketen haar marge maar we moeten ons afvragen of het wenselijk is dat de marge voor het ene product (veel) hoger moet zijn dan die van een ander product. Zeker als daarvan het effect is dat steeds grotere groepen mensen dit product niet meer kunnen of willen kopen. Want dan zitten we echt op een verkeerd ingeslagen weg.
Net zoals het de verkeerde weg is om groenten en fruit voor de lagere inkomens te gaan subsidiëren zoals voorgesteld werd in hetzelfde krantenartikel. Het is natuurlijk de taak van onze Regering om te zorgen dat de netto besteedbare inkomens in Nederland minimaal op peil blijven of stijgen, en niet zoals op dit moment, een steeds groter deel van ons inkomen af te romen door middel van heffingen en belastingen.
Rest mij om iedereen een heel mooi en bovenal gezond 2008 toe te wensen!!

03.12.2007 • Spiegeltje, spiegeltje aan de wand
reageer »
In deze tijd van het jaar kun je iedere dag wel ergens een seminar of informatiebijeenkomst bijwonen, je kunt bij wijze van spreken je pak wel aanhouden!
Omdat er ook nog gewerkt moet worden probeer ik altijd een keuze te maken, vooral de bijeenkomsten met sprekers uit andere sectoren zijn altijd leuk en motiverend. Ik word altijd geprikkeld door te luisteren naar ondernemers die tegenslagen overwinnen en een succes van hun bedrijf maken.
Je gaat dan met een andere blik naar je eigen situatie kijken en ziet dan dat er andere oplossingen, onorthodoxe of creatieve, mogelijk zijn maar altijd wel met resultaat.
Jezelf zo’n spiegel voorhouden zouden alle ondernemers op z’n tijd eens moeten doen, als je dat zelf niet lukt moet je dit gewoon door een ander laten doen. Er zijn mensen die dit heel graag voor hun rekening nemen, ik heb er zo eentje thuis zitten, werkt prima.
Als je dan de vinger op de zere plek hebt gelegd kun je de zaak gaan aanpakken, het werkt louterend en kan je volop nieuwe inspiratie geven.
Nu word je bij een ketenorganisatie als VDN regelmatig een spiegel voorgehouden door je telers of afnemers. Als het gebaseerd is op de juiste feiten is daar niets mis mee, daar blijven we scherp van.
Wat mij opvalt tijdens discussies met telers is dat aan de ene kant de verschillen met andere ketenorganisaties substantieel kunnen zijn, maar de effecten op het rendement vaak maar beperkt zijn. Zeker als je ze vergelijkt met de verschillen in opbrengst tussen de telers onderling, verschillen van 25% met eenzelfde teelt en plantschema zijn zeker geen uitzondering. De oorzaken voor deze verschillen zijn heel divers maar hebben bijna altijd hun oorsprong in de beslissingen die je als ondernemer genomen hebt. De omgevingsfactoren zoals arbeid of energieprijzen zijn voor iedereen gelijk, maar het eindresultaat is totaal verschillend.
Ook in moeilijke jaren zijn er altijd telers die het lukt een positief rendement te behalen!!
Om het rendement van het eigen bedrijf te verbeteren moet je dus als eerste eerlijk tegen jezelf kunnen zijn, die spiegel moet voorgehouden worden. Tot nu toe stond de tuinbouwsector bekend om zijn horizontale openheid, gezamenlijk verder komen door relevante kennis met elkaar te delen en initiatieven te nemen voor onderzoek en proeven.
Door het toegenomen individualisme en de grote verschillen in omvang en ontwikkeling van teeltbedrijven wordt het steeds moeilijker om die brede kennisuitwisseling te krijgen. Steeds vaker blijft kennis voorbehouden aan een selecte groep of moet er voor die kennis betaald worden. De animo voor bedrijfsexcursies neemt af en excursiegroepen worden volgens vaste lijnen ingedeeld, waarbij afzetrelaties blijkbaar bepalend kunnen zijn met wie we willen praten.
We moeten ons afvragen of dit een goede ontwikkeling is?? Kan een “grote” teler niets leren van een “kleine” teler of kan een teler van die andere partij je niet een stuk verder brengen??. Uiteindelijk wordt het belangrijkste deel van het bedrijfsrendement bepaald op die vierkante meter kas. Maar door alle ontwikkelingen rondom energie, schaalvergroting en afzetsituaties is dit een beetje naar de achtergrond verschoven. Op langere termijn zal, ongeacht wat er geteeld wordt, de teler die het maximale uit de plant haalt, topkwaliteit levert en daarbij de kosten in de hand weet te houden, het beste toekomstperspectief hebben.
De teelt moet weer terug naar waar hij hoort: voorop in onze aandacht! We heten niet voor niets telers!

09.11.2007 • Quote 500
reageer »
Hij is de afgelopen week weer naar buiten gekomen: de Quote 500. En natuurlijk zijn we allemaal nieuwsgierig naar wie er nu weer hoog in de lijst staan en wie gekelderd is. Iedere sector kijkt wie er in zijn eigen branche tot de veelverdieners behoort en Quote helpt ons bij het uitvinden of je buurman niet tot de rijkste van je eigen gemeente behoort. Erg vermakelijk allemaal, zeker indien grapjassen perfect nagemaakte lijsten rondsturen waarop je zelf op plaats 32 staat met een geschat vermogen van 240 miljoen. Was het maar waar, minder discussies thuis.
Ranglijsten, je ziet ze overal: De top 2000, de FiFa wereldranglijst, de Auto van het jaar.
Het maken van ranglijsten past natuurlijk bij onze natuurlijke drang tot competitie. En laten we wel wezen, zonder competitie had de mensheid het nooit tot dit niveau van ontwikkeling
kunnen brengen. Ook onze eigen tuinbouwsector is niet vies van een beetje competitie, de meeste kilo’s per vierkante meter (met of zonder middenpad), de hoogste schoorsteen of het grootste aantal dock-boards. Het is van alle tijden en we worden er allemaal door beïnvloed.
Enkele weken geleden is op de Horti Fair de Hillenraad 100 gepresenteerd, een ranglijst van de meest succesvolle en invloedrijke bedrijven in de tuinbouw.
Ik heb de ranglijst eens goed bekeken en dan valt mij op dat de lijst verre van compleet is. Diverse grote, innoverende bedrijven uit de tuinbouwsector staan er niet in terwijl zij zeker een plek in deze ranglijst verdienen. Verder zie ik er (bijna) geen bedrijven op staan vanuit het zuiden en oosten van ons land, terwijl ik daar bedrijven ken die er zeker op zouden moeten staan. Het is blijkbaar een westelijke aangelegenheid.
En als ik dan zie wat voor een mening men over ons bedrijf heeft en hoe men onze telersvereniging ziet, dan herken ik daar heel weinig in.
De plaatsen op de ranglijst en de redactie over de teksten over de genomineerde bedrijven wordt gevoerd door een commissie van “wijze” mannen die hun sporen verdiend hebben in het (tuinbouw)bedrijfsleven. Maar het lijstje doorlopend besef ik dat ik de meeste van deze mensen nauwelijks persoonlijk ken en er zakelijk nooit mee te maken heb gehad. Hoe kunnen deze mensen dan iets zinnig zeggen over ons bedrijf? Of is het juist dat je ze moet kennen wil je op een goede klassering uitkomen?
Ranglijsten zijn leuk, maar criteria moeten wel objectief en meetbaar zijn. Anders is het niets anders dan een “ons-kent-ons” clubje dat elkaars ego’s streelt en mooie posities toebedeelt. En daarmee schiet iedere ranglijst zijn doel voorbij!
En nu ga ik weer snel aan het werk! We moeten volgend jaar natuurlijk wel 10 plaatsen gestegen zijn.

25.10.2007 • The Land of Opportunities
reageer »
Vorige week heb ik sinds jaren weer eens een bezoek gebracht aan de PMA (beurs) in Amerika. Ik weet niet wat het is tussen mijzelf en dit land; veel mensen zijn lyrisch over de uitgestrektheid, de mensen die er wonen en de mogelijkheden maar bij mij wil de vonk maar niet overslaan.
Ik zie de bij ons bestaande vooroordelen over de “Great USA” alleen maar bevestigd worden: de oppervlakkigheid van de mensen die je ontmoet, de grote verschillen tussen arm en rijk en de grote verspilzucht van de maatschappij; het staat mij allemaal een beetje tegen. Nu ben ik er vaak maar een paar dagen en druk met het afleggen van bezoeken dus waarschijnlijk moet ik een keer wat langer onder de gewone Amerikanen vertoeven om ze wat beter te leren begrijpen.
De PMA was dit jaar in Houston, Texas, een rijke welvarende stad in een rijke welvarende staat. De oliedollars doen ook daar hun invloed gelden.
Maar met die welvaart is Texas ook de staat waar de meeste mensen last hebben van ernstig overgewicht, obesitas en diabetes zijn daarom dan ook volksziekten nummer 1.
Nu ben ikzelf ook niet een van de slanksten, maar als je van een minderwaardigheidscomplex omtrent je gewicht wilt afkomen moet je een paar dagen in Texas vertoeven. Het aantal zwaarlijvige mensen is enorm en bedraagt volgens mij tientallen procenten, vooral het aantal veel te zware jonge mensen is opvallend.
Als je om je heen kijkt begrijp je direct hoe dit zo ontstaan is: Nergens zie je mensen lopen of fietsen, alles gaat met de auto. Alles wat je aan eten koopt is enorm qua hoeveelheid en enorm qua calorieën en vet, smaak is daarbij meestal van ondergeschikt belang.
Tot nu toe geeft de huidige situatie in Amerika ons een inkijk in de toekomst van ons eigen landje en dat vind ik in dit geval niet zo’n prettige gedachte.
Langzamerhand begint in Amerika nu ook het besef te komen dat het zo niet door kan gaan, overheid en organisaties zoals de Nationale Diabetes Stichting trekken aan de bel en proberen gedragsverandering te stimuleren.
Toen ik zo over de beurs liep besefte ik dat onze business een heel belangrijke bijdrage kan leveren aan de oplossing van dit ( wereldwijde) probleem. De producten die wij produceren zien er fantastisch uit. Ze zijn kleurrijk, hebben mooie vormen, smaken goed maar zijn bovenal heel gezond; ze barsten van de vitamines en bouwstoffen en, in dit geval het belangrijkste, ze bevatten heel weinig vet en calorieën!
Jammer is dat de telers, telerorganisaties en ook de huidige afzetketens er tot nu toe onvoldoende in staat zijn gebleken om deze unieke eigenschappen zodanig bij de consument onder de aandacht te brengen, dat deze structureel zijn voedingspatroon aanpast en onze producten regelmatiger in zijn winkelwagentje deponeert.
Dit laatste wordt blijkbaar ook door de grote voedingsmultinationals gezien, want momenteel zie je dat in eigen land merken zoals Conimex en Knorr meer met verse groenten en fruit gaan werken en zo proberen in onze markt een marktaandeel te verwerven. Op de PMA zag je zelfs dit jaar Walt Disney z’n eigen fruitlijn voor kinderen promoten, goed voor kinderen en goed voor Walt z’n imago. Een collega van mij was tijdens Fresh Rotterdam aanwezig bij een presentatie over ”voedings- en gezondheidsclaims” waar een medewerker van Unilever een betoog hield. Deze heer verbaasde zich erover dat onze sector zich zo rustig hield met “gezondheids- en voedingsclaims” en in het algemeen over het ontbreken van uitingen om ons mooie product onder de aandacht te brengen.
Wellicht moeten we ons product marketingtechnisch niet anders behandelen dan de nieuwe hamburger bij Mac of de laatste nieuwe Coca-Cola smaak. Het in groenteland te lang beleden geloof dat geld voor marketing van producten weggegooid geld is omdat het een generiek product betreft, is onzin. Ook binnen generieke producten is het individueel goed vertoeven als je er aandacht aan besteedt, kijk maar naar onze collega Tasty Tom. Al jaren lang netjes op het schap bij AH, met het product blijvend in het topsegment gepositioneerd, en voortdurend aandacht voor het product in de gehele keten. De consument wil blijkbaar dit product en is dan ook bereid hiervoor te betalen.
Of hebben we te veel last van het Calimero effect? Denken we dat de consument Becel kiest vanwege de verlaging van het cholesterolgehalte en dat het gezond voor hart en bloedvaten is, en tsja, daarbij vergeleken is onze tomaat uiteindelijk toch maar een simpele tomaat? Denken we niet te klein?
We staan volgens mij aan het begin van een periode met veel aandacht voor persoonlijke gezondheid en welzijn. Laten wij proberen hiervan te profiteren en zo onze positie als leverancier van unieke en gezonde producten verstevigen. Daarbij is wel een sectorbrede aanpak noodzakelijk en moeten we - hoe moeilijk dat ook is- onze portemonnee trekken.
Kortom: In onze sector liggen de “ opportunities” voor het grijpen.

02.10.2007 • De Europeaan; een uitstervend soort?
reageer »

17.09.2007 • Weblog Hans van Luyk: Met je hoofd in de wind
reageer »
Vorige week weer onze jaarlijkse VDN motortoertocht gereden. Net als voorgaande edities was het weer een fantastische en gezellige rit. Mooie dijkwegen, bijzondere vergezichten en gelukkig opnieuw prachtig motorweer. De weergoden waren ons wederom gunstig gestemd.
Na een dag lekker motorrijden heb ik altijd hetzelfde gevoel als na een lange strandwandeling. De wind, de zee; als je op het strand gewandeld hebt is je hoofd “leeg gewaaid” en bezie je alles weer een stuk helderder en in de juiste proporties. Geen kopzorgen, gewoon lekker vrij over de wegen toeren en, ik zal eerlijk zijn, soms even de paardenkrachten de vrije hand laten (het is tenslotte zonde als je ze niet gebruikt).
Terwijl ik ‘s avonds naar huis reed dacht ik eens na over de afgelopen weken. In deze weken heb ik veel telers en productverantwoordelijken gesproken. Wat mij altijd weer verbaast is dat mensen vaak uit gaan van het negatieve. Het voordeel van de twijfel wordt niet aan de ander gegeven. Waarom dan toch niet, waar komt dat toch vandaan? Is het iets in de mens, is het typisch Nederlands (wij zijn inderdaad een beetje negatief volkje) of is het iets dat hoort bij onze sector, de tuinbouw?
Zou het niet zo kunnen zijn dat de onderlinge samenwerking beter verloopt als we elkaar nu eens wel het voordeel van de twijfel geven, wel ons vertrouwen uitspreken in de ander en vooraf eerst eens vragen hoe het zit in plaats van dat we een oordeel vellen? Ook mijzelf betrap ik er wel eens op sommige mensen met achterdocht te benaderen. Later vraag je je dan af waar dat eigenlijk voor nodig was.
Het is een feit dat het veel makkelijker is om te zeggen dat iemand je tegenvalt, dan dat je moet toegeven dat een ander het nog niet zo slecht doet. In het eerste geval heeft de ander het naar jouw idee fout gedaan en in het laatste geval moet je toch toegeven zelf een foute beoordeling te hebben gemaakt.
Ik ga het in ieder geval proberen: Van het positieve uitgaan; wellicht worden we dan nog eens blij verrast door de ander!!!
” Mooie gedachten zo op de motor”

05.09.2007 • Eerste log
reageer »
Toen mij gevraagd werd wat ik vond van het idee om een eigen weblog te hebben op de nieuwe VDN site was ik direct enthousiast. Hartstikke trendy natuurlijk zo’n eigen log en je kunt meteen iedereen een mooie inkijk geven in je eigen gedachten en beslommeringen zodat de lezer eindelijk eens mijn ware ik te zien krijgt. Ik hoop dat het niet tegenvalt.
Maar toen ik vol goede moed begon aan het schrijven van mijn eerste bijdrage moest ik eens goed op mijn hoofd krabben. Wat ga je hier nu eigenlijk schrijven? Wat wil ik de buitenwacht gaan vertellen? Al snel werd mij duidelijk dat het helemaal niet zo eenvoudig is een log te maken, zeker niet als dit op regelmatige basis moet gebeuren. Uiteindelijk denk ik aan wat ik mijn eigen mensen altijd voorhoudt als ze aan iets nieuws beginnen: Gewoon doen joh, wat kan er nu helemaal gebeuren? Ervan leren doe je altijd!
De nieuwe website van VDN waar deze log te lezen valt ziet er in ieder geval prachtig uit: fris , modern en met veel meer informatie. Het past goed bij waar we met VDN naar toe gaan. Een frisse moderne organisatie met een open structuur waarbij telers en medewerkers zich thuis en gewaardeerd voelen. Daar draait het volgens mij allemaal om, vertrouwen hebben in de koers van de organisatie waar je bij hoort, weten dat je een gewaardeerd onderdeel van die keten bent en dat er naar je geluisterd wordt.
Zaken doen is voor mij vaak heel simpel. “Vertellen wat je doet en doen wat je zegt”. Meer is er volgens mij niet, vroeger toen ik teler was niet en nu nog steeds niet. Heel eenvoudig en eigenlijk heel Nederlands. Daarom past het ook zo goed bij onze organisatie. Iedereen weet wat ze van ons kunnen verwachten, geen verassingen achteraf.
Dat ik daarnet wat lyrisch over VDN heb geschreven mag natuurlijk voor u geen verassing zijn. Na bijna tien jaar trouwe dienst en ondanks dat ik ook mijn ups and downs gehad bij VDN, zoals iedere ondernemer, ben ik nog steeds uitermate gemotiveerd om van VDN een nog betere ketenorganisatie te maken. Met de in gang gezette intensievere samenwerking tussen onze aandeelhouders ben ik er van overtuigd dat dit ook gaat lukken.
Als ik dit schrijf zitten we midden in de voorbereiding van de VDT ledenvergadering. Daar zal ik meer vertellen over welke plannen we allemaal hebben en ik hoop dat iedereen blij verrast zal zijn over de richting die gekozen is. VDN is klaar voor de toekomst en daar ben ik erg blij mee.
